Kerkje over de IJssel

Deze Website over Wilsum is nog in ontwikkeling.
In de loop van de tijd zullen er meerdere
onderwerpen aan de orde worden gesteld.

(16-05-2022)
**********

"We staan hier aan de oever van de IJssel, een prachtige rivier
.
De andere oever is daarginds bij Wilsum en deze hier is hier.
De oever waar we niet zijn noemen we de overkant,
die wordt dan deze kant, zodra we bij Wilsum zijn aangeland.
En dit heet dan de overkant, onthoudt u dit dan goed." (Drs. P.)
**********


700 jaar bestaan

1321 - 2021
Dit is de winnende logo van Niels de Jonge
https://wilsum.info/
(Dorpsbelangen Wilsum)

1213
Een brief van bisschop OTTO I (OSU, II, nr. 613. )
Kerspel (Kirsple) Wilsem genoemd in 1213
De geschiedenis van Havezate BUCKHORST

Het is opmerkelijk, dat Wilsum (samen met Grafhorst) stadsrechten heeft gekregen. Algemeen wordt aangenomen, dat de stadsrechten van Wilsum dateren van voor 1321. De Wilsumer Willekeuren (verordeningen) uit dat jaar, laten daarover weinig twijfel bestaan. (zie het rechter plaatje)
Maar Wilsum als nederzetting, bestond eigenlijk al veel langer. In 1260 werd er in Wilsum immers de zitting van de kerkelijke rechtbank gehouden (seend).
Ook de toezegging van de Hollandse graaf Floris V in 1276
(18 september), dat hij  toestaat,
 dat die van Campen, Swolle, Deventer en Wilsem en tussenliggende steden
bij schipbreuk hun goederen binnen een jaar weer kunnen opeisen.

Maar ondanks dit alles, is het met Wilsum als stad nooit wat geworden. Het stedelijk besef verdween totaal. En als duidelijk voorbeeld hiervan, kan genoemd worden, dat 600 jaar later, er een landbouwvereniging wordt opgericht voor het
 "dorp Wilsum".

De motieven waarom Wilsum tot stad in formele zin is  verheven, zijn niet bekend. Het kon niet afgedwongen worden. Waarschijnlijk heeft de bisschop zijn machtspositie tegenover Kampen willen versterken. Kampen gedroeg zich in die tijd als een vrije staat en heeft formeel nooit stadsrechten bezeten.
(Nieuwstad behoorde overigens ook tot het stadsgebied van Wilsum, Uiterwijk en Harsenhorst niet,
 deze behoorden bij de gelijknamige schoutambt).

                                                   
                                                                       
copia
De "Willekeuren (verordeningen) van Wilsum" van 24 febr. 1321
Een codificatie van het stadsrecht bekend door
"schepenen van Wilsem, olde ende nije, ende alle de gemeente"
Het stadsrecht telt 51 artikelen; hierin is ook al sprake van burgemeesters.
Telting, ‘Stadregt van Wilsum’, p. 9-18.

Zie hier meer info over de Stadsrechten van WILSUM
"Wilsum in Vrogger tied"




Wilsum 1921
De foto is genomen in 1921 door de vrouw vd predikant
Wilsum aan de overkant
1937
Wilsum 1971
Rechts veerman Piet Jager en links Harm Uitslag. 1971
   
INLEIDING

In de avonduren, kan een verdwaalde zonnestraal wat zonlicht werpen op het bijzonder plaatsje Wilsum. Het geeft deze "stad" dan opeens wat glans,
  die velen ooit eens gezien moeten hebben. Want wat is het geval, Wilsum moet je gaan bekijken aan de overkant van de IJssel. Zo ongeveer vanaf het punt,
  waar vroeger de veerman de mensen met zijn roeibootje overzette en waar het treintje van Hattem naar Kampen een stopplaats had "Wilsummerveer",
 daar openbaart zich de schoonheid van dit "stadje", met als schitterend dominant middelpunt  het oeroude kerkje aan de oever
van de rivier,
  met links en rechts de Dorpsstraat die zich langs de uiterwaarden van de IJssel vlijt. Doch door de aanleg van de bypass "Het Reevediep" (hoogwatergeul)
 is dit markante punt totaal weggevaagd. Kunnen we hier spreken van een stukje historisch cultuur-vandalisme ? (Zie de foto hierboven uit 1971).

  Wanneer je dit "stadje" nadert vanuit de polder Mastenbroek, dan onderga je een koude douche, want vanaf de oude weg van Zwolle naar Kampen,
de N764, of ook wel de "Zwolseweg" genoemd, is het plaatsje
een nietszeggende vlek ergens in de verte bij een aantal hoge bomen.
Bij hectometerpaaltje 8 bevindt zich een afslag met een roestige ANWB-paal. We zien op het bord staan, afslag naar links, WILSUM 2 km.
 Indien je op deze plek vanuit de richting Kampen komt, dan wordt er, heel typerend, door dit ANWB-bord, helemaal niets vermeld.
 Maar goed, als je Wilsum vanaf deze kant binnenkomt, dan wordt je daar echt niet vrolijk van.


Het is daarom aan te bevelen, om het centrum van Wilsem, links- of rechtsom via de Dorpsweg te benaderen.


De geschiedenis van het zo lieflijk aan een vriendelijke kant van de IJssel gelegen "stadje" kent heel veel vraagtekens.
Slechts zestien mappen zijn er in de loop van de tijd overgebleven in het oud-archief en tot 1937
 was het zelfs nog een zelfstandige gemeente, met een eigen gemeentewapen.

Het gemeentewapen van de stad Wilsum

Wapen van Wilsum                                                      Gemeentewapen 1819
                                                                           Het voormalige gemeente wapen van Wilsum na 24 mei 1899.                                            Het oude gemeentewapen van 1819

Op 21-1-1815 heeft de gemeenteraad van Wilsum bij de hoge raad van adel, om de bevestiging gevraagd
van het wapen dat zij vanaf die tijd gingen voeren. Bij het besluit van 24-11-1819 werd deze verleend.
(Bij K.B. van 21 juli 1816, nr 5, wordt Wilsum tot de rang van stad verheven.)

"Het reeds zeer oude wapen der stad Wilsum waarvan de eerste samenstelling en het gebruik in de oudheid
en wel voor twee a drie eeuwen moet gezocht worden, bestaat in een kasteel met drie torens voorzien
met gekanteelde muren, op wier middelste een nest geplaatst is op hetwelk een pelikaan is afgebeeld,
die volgens eene fabel haar jongen voedt met het bloed dat uit hare borst vloeit, die zij voor
dezelven geopend heeft. Het veld of wel de lucht achter gemelde kasteel is blaauw, behalve die welke
het kasteel nadert, welke wit is."
    (GAK, Nieuw archief Wilsum, inv. nr. 48.)

Doch in 1899 wordt er een nieuw gelijkend wapen aangevraagd, want de oude voldeed niet meer.
De minister van Justitie verklaart daarom op 24 mei 1899, dat de Gemeente Wilsum in de provincie
Overijssel het aangepaste wapen mag voeren.

Boven op de toren zien we dus een pelikaan met zijn 3 jongen, bloed drinkend uit de borst van de moeder.
Dit was vroeger een geliefd Christussymbool. Het is namelijk een overeenkomst met de offerdood van Christus.


Dorpsweg 1948 rechts vd kerk
Dorpsweg vanuit het zuiden in 1948.
(nadering vanuit links)


Dorpsweg 1948 centrum
Dorpsweg in het centrum, herfst 1949
voor zijn huis zit Hendrikus Hekhuizen.

Dorpsweg 1948 rechts vd kerk
Dorpsweg in 1948 vanuit het noorden, Kampen
(Nadering vanuit rechts)


Dan nu de geschiedenis van WILSUM
 (c) GRY

Met deze site wil ik een poging wagen, enkele markante hoogtepunten uit de geschiedenis van het stadje Wilsum te belichten

Het stadje ligt al honderden jaren, er heel rustig verscholen bij, gelegen op een honderden jaren oude rivierduin aan de noordzijde, van de
  IJssel tussen Zwolle en Kampen. Direct valt op, dat het bijzondere kerkje, eigenlijk buitendijks ligt. Met een heel opvallende toren,
(Over het kerkje en zijn toren kom ik later uitgebreid op terug)
een beetje provocerend kijkend, naar de IJssel. Op de fiets ben je er na een paar trappen op de pedalen zo door heen. Zonder er

 erg in te hebben, fiets je op de Dorpsweg, daarbij twee afslagen richting, de IJssel voorbij. Deze weggetjes gaan naar een mooi
passantenhaventje en verderop naar een rustig gelegen picknickplaats (met strandje), waar heel verrassend een klokkenstoel
  staat met een replica van het vroegere luidklokje (1477) uit de kerktoren, die later als veerbengel werd gebruikt.
De gemeente strekte zich vroeger ooit uit tot over de IJssel naar het Westen, waar het gebied bereikbaar was middels
een voetveer en de bewoners uit dit gebied, zo ook naar de parochiekerk in Wilsum konden gaan. Aan de IJssel
bevond zich nog tot voor het midden van de 20e eeuw een kade, waar punters met een eigen letternummering
(b.v. WU2 en WU6) op de zeilen, konden aanmeren.

Daarnaast heeft Wilsum ook heel spraakmakende inwoners gekend.
Ik noem u b.v. de klompendominee, of een predikant, die niet wilde wonen bij zijn kerkgangers in Wilsum
en op een keer 's nachts naakt de straat op vluchtte, toen hij betrapt werd bij het delen van het bed met een vrouw.

Alsoo hij tot ene schundelicken ende ergerlicken val geraeckt is, duichdien hij tot een seekere frouwe,
omb mit haer ontucht tho bedrijven, ingegaen is, ende hem ontcledende, naekt aldaer in ’t bedde gelecht,
waerop hij van deselviges man betrapt zijnde, ende naer eenige ontfangene slaechen, ende gewondet zijnde, naeckent nae huis geloepen.’

De verhalen over predikant Lambers zijn ook ontluisterend.  Uit woede en frustratie over zijn schorsing,
scheurde hij een groot aantal bladzijden uit het doopboek van Wilsum.
Alle aantekeningen van gedoopte kinderen tussen 1816 en 1833 zijn daarom voorgoed verdwenen.

Ook was hij het, die in een vlaag van razernij een steen door de kerk gooide (18-6-1833) en maakte 's nachts samen
met zijn meid stampei voor het huis van Lier. Dit is te lezen in een brief van Jan van Lier aan het
Classicaal Bestuur.

En wat dacht u van Ds. H. de Cock, de eerste afgescheiden dominee van Nederland. Hij bezocht Wilsum zelfs twee maal.
Maar ook bezocht koning Lodewijk Napoleon Wilsum en schonk toen de kerk tijdens een tussenstop bij een Ereboog
een vorstelijk bedrag van fl 500 voor de diakoniekas, die o.a. besteedt moest worden aan de armen.
(Zie ook de site "Instituering en kerkbouw te Wilsum")


   klokestoel met replica klokje
De nieuwe veerbengel bij de picknickplaats aan de IJssel.

Gemeentekaart
De vroegere gemeente Wilsum met een gedeelte aan de overzijde van de IJssel
WU2 van Wilsum naar Kampen 031996

WU6


De volgende onderwerpen zullen minimaal t.z.t. op deze site aan de orde komen:

* Het oudste kerkje van Overijssel
* De mogelijke stichter(s) van dit kerkje in Wilsum
* De redder van het kerkje in 1901, generaal majoor F.A. Hoefer
* De molen te Wilsum
* Visvangst (zalm) te Wilsum en haar visrechten
* Veldwachter Westenberg
* Het Gemeentebestuur
* Mattenvlechters
* Het geslacht Hoksbergen


Een aantal opmerkingen vooraf:

Mijn verhaal over Wilsum begint natuurlijk bij het oudste kerkje van Overijssel in dit "stadje".
De vroegromaanse Sint-Lambertuskerk.


(Men moet hierbij bedenken, dat van de oudere St. Lebuinuskerk te Deventer uit 768, van deze
vroegromaanse kerk, met uitzondering van de kelder, niets meer te zien of te herkennen is.
De huidige kerk van Deventer is namelijk van 1450 - 1525 )

De grote vraag is, was dit een Bischoppelijke kerk of een eigen kerk van een adelijke rijke familie ?
Er valt helaas niets te bewijzen, maar duiden des te meer.

De toren kan misschien ons b.v. op weg helpen om deze vraag te kunnen beantwoorden, plus de wetenschap dat dit
 specifieke gebied tot 1076 onder het bestuur van Saksische graven bleef ! Bovendien hadden de graven van Friesland
het hier ook voor het zeggen, daarom komt dit gebied van Wilsum en Kampen (bestond amper) uit die tijd zeer sporadisch
 voor in de geschiedschrijving.
(Wel komen we op internet de veronderstelling tegen, dat de kerktoren in die tijd een wachttoren
 voor de Katentol voor het kapittel van Deventer, e.e.a. geregeld door Hendrik III ?
Verderop op deze site, leg ik uit, waarom dit niet het geval kan zijn.)

                       

 kerkje 1897         kerk na verbouwing 1899
                                        De kerk van voor de verbouwing rond 1899                                                                                                                         en na de verbouwing van 1904   

situatie voor 1900                              na 1900

                                                                         Voor de verbouwing 1899                                                                                                                  Na de verbouwing 1904


       

doorsnede toren 1889                             Doorsnede vh koor
                                                            Een doorsnede over de kerktoren voor 1899                                 en een doorsnede over het Gotische gedeelte van de kerk 1899 (let op de achteruitgang en dedicht gemetselde ramen)


Het ontstaan van de nederzetting Wilsum (Wilsem).

Wilsum ligt dus aan de rechter oever (ten oosten) van de IJssel, enkele kilometers stroomopwaarts van IJsselmuiden, richting Zwolle.
Het "stadje" is gebouwd op een heel oude reeds lang bestaande rivierduin, die de grillige loop van de IJssel de afgelopen honderden jaren
prima heeft doorstaan. Het is tot op heden niet duidelijk, of de rivierduin een oeverwal is of misschien een dekzandopduiking.
De naam Wilsum komt waarschijnlijk van “Wel”, waarbij welle staat voor oever, we moeten dan denken aan “woonplaats aan de oever”.
De oudste 'bekende vermelding' van Wilsum (Wilsem) dateert uit 1213. Er is daarbij sprake van het “kerspel Wilsem”
in een akte, waarbij bisschop Otto van Utrecht de ingezetenen van de kerspelen Wilsem en Santlike (Zalk),
die wonen op een hoeve die toebehoort aan Dirc en Henric van Bukhorst, die later in 1227 zullen omkomen
bij "de guldensporenslag slag” in Ane bij Coevorden.

Zie mijn Website www.necoma.nl/SBA01.html  en over kasteel Buckhorst https://www.necoma.nl/Buckhorst.html


Over Wilsum is in de oud-archieven van Kampen, Zwolle, Utrecht en elders, maar heel weinig terug te vinden.
Deze bestaat namelijk uit slechts zestien inventarisnummers, waarvan de oudsten dan ook nog uit de 18e eeuw dateren.
De codificatie van het stadsrecht, gedateerd 24 februari 1321, is in afschrift bewaard gebleven.
Men moet zich echter realiseren, dat een exacte datum niet kan worden aangegeven, aangezien de oorkonde waarbij het stadgericht is verleend,
niet bewaard is gebleven. De archieven leveren dus maar zeer spaarzaam gegevens op. Ook uit de regesten in het oorkondenboek
van Ter Kuile kan niet worden opgemaakt of Wilsem in 1260 (kerkelijke rechtbank), 1276 (kooplieden priveleges gekregen,
  1300 (nog eens een bevestiging van de privileges) en 1315 (nog eens door graaf Willem) Wilsem toen al stadsrechten had.



Ons verhaal over Wilsum begint uiteraard bij het markante kerkje.


Het ontstaan en de stichting van het kerkje in Wilsum rond 1050
(Misschien zelfs rond 950).


Het waarom van de bouw van de toren en het opvallende kerkje van Wilsum is in nevelen gehuld. Nergens is een reden
of een bevredigende verklaring te vinden, door wie op deze plaats aan de IJssel, ooit een kerkje gesticht zou kunnen hebben.
 Rond het jaar 1000, was deze plek aan de IJssel een unieke plek om te bivakeren, op een duintop bij een overzichtelijke bocht en met een
doorwaad bare plek van de IJssel, beschermd door een moerasachtige omgeving. Bij hoge waterstand vormde deze plek een beschermd eiland.

Ergens moet toch te duiden zijn, waarom het kerkje daar ooit gesticht is.

"Het gaat mij in deze dan ook niet om de vraag, of iemand gelijk heeft, maar om het scheppen van een historische visie" (aldus Fasel).

We gaan proberen de waarheid te benaderen.

Bedenk wel, dat in die tijd niet zomaar ergens een kerkje werd gebouwd. Hiervoor bestonden regels en voorwaarden, waarbij het
  stichten van een kerkje aan voldaan moest worden. Zoals fysieke en politieke veiligheid en het vermogen om er een priester te kunnen
vestigen, die ook nog benoemd moest worden. Of dat er door de lokale gemeenschap onderhoud aan het kerkje geboden kon worden.
Daarbij komt ook nog, dat de bouw van een kerkje in tufsteen, in die tijd, een erg dure aangelegenheid was.
Het winnen en vervoer van tufsteen was kostbaar. Het bouwen van een tufstenen kerkje was voor de gewone bevolking in een klein
  gehuchtje sowieso niet weggelegd. Wel is het zo, dat het bouwen van stenen kerken, een blijk was van macht en een tot het bezit
  behoorde van de lokale adel. Ze toonden daarmee status en ze konden in de kerk begraven worden.
Bovendien geeft zo'n kerkje in het grensgebied een markering aan van de omvang van hun territorium.

Het betekende in die tijd “bouwen voor prestige”.

Maar van dit alles was vreemd genoeg, bij het kerkje van Wilsum totaal geen sprake.

Echter de karakteristieke toren van dit zaalkerkje biedt ons misschien wat meer duidelijkheid.
Bovendien moeten we ons ook gaan afvragen, of er een zeker belang was van een bisdom,
van een koningshuis of van een invloedrijk klooster om juist op deze plek dit kerkje te willen gaan stichten.

In de wijde omtrek was op dit gebied helemaal niets te vinden wat hier op wees. Rondom de rivierduinen hier aan de IJssel
was alles tamelijk woest en ontoegankelijk, door het moeras, stuifduinen, plassen, slappe veen, ruige bossages en
een zandweg over de eenvoudige dijk langs de IJssel. Let wel, we praten over het midden van de 11e eeuw,
Of zelfs nog vroeger. En vergeet niet, Kampen bestond toen nog helemaal niet.


Romaans kerkje 11e eeuw
Vroegromaans zaalkerkje 1000 - 1100 

Ik wil nu een poging wagen, om wat duidelijkheid te scheppen omtrent dit misterie van het kerkje in Wilsum.
Uit een aantal bekende gegevens van dit kerkje, kunnen toch wel een aantal opmerkelijke conclusies getrokken worden.
Zo is daar bij voorbeeld :

a) De opvallende kerktoren.

We gaan bijvoorbeeld eerst eens kijken naar een aantal zeer opmerkelijke kenmerken van de toren.
Deze toren van de kerk biedt op de begane grond totaal geen toegang tot het schip en de toren,
maar kent wel van binnenuit in het kerkgebouw door middel van een trap, toegang naar de 1e verdieping van de toren.
In Duitsland bestaan meerdere van dit soort bouwwerken, die via een hoge ingang vanuit een binnenplaats toegang
  geeft tot een “burchttoren”. De ingang tot zo'n toren bevond zich meestal 5 meter boven het maaiveld.
In ons geval is dus de binnenplaats “het schip” van deze kerk.

Daarnaast kent deze toren ook een afgesloten ruimte met een zogenaamd “angstgat”, die we ook in Duitsland tegenkomen
  (“Angstloch”) waarin bij naderend gevaar belangrijke spullen bewaard konden worden. En de bevolking,
kon bij naderend gevaar gaan schuilen op de zolder van het schip van de kerk. Deze voormalige toegang is nu nog te
zien in de toren. Misschien ging men zelfs graan van de boeren uit de omgeving bewaren in deze ruimte onder het angstgat.

De heer Hoefer uit Hattem vertelt ons op 12-06-1899: "...bij de nadering van een vijand
werden daar door heen de goederen der bevolking naar beneden gelaten om zoo veilig geborgen te zijn"
't Is de eenige dispositie van dien aard van een toren in Nederland.


Angstgat
Het angstgat in de vloer.

Maar zoals gezegd, kon deze zolder, boven het schip, toen ook als vluchtplaats en opslagruimte
van goederen voor de plaatselijke bevolking dienst hebben gedaan, want de zolder is alleen
bereikbaar via de toren en dan slechts met een trap vanuit de kerk.
Verder zijn de eerste laaggelegen openingen in de toren typische schietgaten. Een kruisboog kon zo
  effectiever gebruikt worden vanuit een verhoogde positie. De hoger gelegen openingen zijn breder en
werden gebruikt om de omgeving in de gaten te kunnen houden.
Vanuit het Oosten kon geen gevaar komen, want daar lag het moeilijk toegangkelijk moerasachtig gebied
  van de latere Mastenbroekerpolder. Het gevaar uit die tijd, kwam dus over de rivier (Noormannen ?).
Deze openingen in de gevels van de toren zijn daarom ook begrijpelijke toevoegingen
en ze geven bovendien een uitstekend zicht naar de bochten voor en na de locatie Wilsum.


Er bestaat in Nederland geen 2e kerktoren, die o.a. deze "Duitse" kenmerken heeft

berchfrits01      Berchfrits02    Berchfrits03

Berchfrits (verdedigingstorens ) met angstloch (angstgat)

(Bij de kerktoren van Zalk ontbreekt ook de toegang naar de kerk via de toren, maar
hier ontbreekt een angstgat en de toegang via het schip naar de 1e verdieping).

In Duitsland zien we namelijk veel meer van deze "burchttorens" kenmerken de z.g. Bergfried – Berchfrit – Burgfried
In de Vroege Middeleeuwen boden verdedigingstorens een aanzienlijk verdedigingsvoordeel
door hun hoogte boven het omringende terrein. Deze torens in Duitsland,
kenden heel duidelijk, dezelfde opbouw als de kerktoren in Wilsum.

Alleen in het buitenland werd er een burcht aan- en/of omheen gebouwd,
maar hier in Wilsum was het Romaans schip de binnenplaats en het geloof kon er gepredikt worden.
Men kan dus spreken van een een win- win situatie. Misschien hebben 2 partijen,
in de tijd dat ze goed met elkaar overweg konden, aan de bouw van dit kerkje meebetaald.
Een adelijke familie plus de kerk uit Rome hebben misschien wel gezamenlijk de kerk bekostigd.

Niet alleen bood deze toren gezien het laag omringende terrein door zijn hoogte voordeel
bij het verdedigen van de plaatselijke boeren bevolking, maar ook tactisch lag hij op een rivierduin
in een opvallende bocht van de IJssel en dan met de toren buitendijks en
niet eens op het hoogste punt van de omliggende duinen en waarbij, zoals eerder reeds opgemerkt, hij zowel stroomopwaarts
als stroomafwaarts een prachtig uitzicht op eventuele vijandig en plunderende gezinde groepen op de rivier.
En de rivier was in deze streek en in deze tijd de enige bruikbare vervoersmogelijkheid.
Deze bocht in de IJssel bestaat overigens al honderden jaren. Kan het zo zijn geweest,
dat het kerkje buitendijks is komen te liggen, na de Julianavloed op 17 febr. 1164 ?
(Schokland werd toen een eiland) en zes jaar later, bij de Allerheiligenvloed in 1170
heeft hier misschien ook toe bijgedrage.
De binnenzee van Almere is toen ontstaan en men kreeg te maken met eb en vloed
en men kon daarna op Steur en Zalm gaan vissen.

Verder zien we op de hoeken van de toren en het schip, zeer kenmerkende geplaatste
long-and-short” tufteenblokken tegen, wat kenmerkend is voor een zeer vroege bouwstijl van deze toren !

Longandshort01                    Longandshort02


Long and Short



Kerkje met aangebouwd koor 15e eeuw
Vroegromaans kerkje met een aangebouwd Gotisch koor in de 15e eeuw
 

b) Wie was of waren de stichter(s) van dit bijzonder zaalkerkje ?

Ik besef dat ik mij met de volgende theorie, op glad ijs ga begeven, maar toch durf ik deze hier te verkondigen.

Nergens is te achterhalen, wie de stichter was van dit bijzondere zaalkerkje.

Maar het is waarschijnlijk wel te duiden !

Eerst ga je je afvragen, waarom er in zo'n kleine gemeenschap en op deze (geisoleerde) locatie,
een toren van deze afmeting gebouwd moest worden. Je zou denken, dat een klein
  houten zaalkerkje met een torentje voor een klein luidklokje toch ook voldoende zou zijn geweest.

Gezien de bouw van de toren, zoals hierboven omschreven staat, waarbij we opvallende
bouwtechnische kenmerken hebben kunnen vaststellen van een verdedigingstoren
die overeenstemt met de verdedigingstorens in Duitsland (Berchfrit),
zou het toch wel logisch zijn, dat de opdrachtgever of ontwerper ook uit dit gebied moet komen.

Welke adellijke familie had in de 11e eeuw veel invloed in dit gebied (Salland) ?
De bisschop in Utrecht kreeg met het ontstaan van het “Het Sticht” pas na 1100 zeggenschap over deze streek.
Zijn territorium bestond toen uit het "Nedersticht", ongeveer de provincie Utrecht en "het Oversticht",
dat een deel van Overijssel, Drenthe en de stad Groningen en omgeving omvatte.

Een echte eenheid was Overijssel toen nog niet. Deze streek was nog opgedeeld in een gebied Salland,
Twente en Vollenhove. En dan 22 jaar later krijgen we te maken met het Concordaat van Worms,
waarna de bisschop van Utrecht niet meer werd benoemd door de Duitse keizer,
maar door de meest vooraanstaande geestelijken in zijn bisdom.
Dus wat Wilsum betreft en met name de bouw van het kerkje, hebben we voor 1100
niet echt te maken met een bisschop, maar waarschijnlijk met een rijke adellijke familie,
of een Duitse keizer, die over dit gebied toen nog het zeggenschap had !

(Om het gebied te kunnen besturen, werd er door de Duitse keisers gebruik gemaakt van bisschoppen.
Deze konden ze zelf aanstellen en de bischoppen hadden geen kinderen.
De Hollandse graven hadden ook belangstelling voor het grondgebied van de bisschop.
Er lag rondom Wilsum veel grond, wat ontwordeld kon worden aan het veen.
Alleen wateroverlast was in dit gebied in die tijd nog een groot probleem.
Visserij was toen een zeer belangrijke activiteit, vooral bij Wilsum, de monding van de IJssel en we denken dan aan de zalm.
(De monding van de IJssel was gevuld met brakwater en de steur (bij Kampen) vond dit geweldig.
Richting Deventer dus stroomop waarts, komen we meer in het gebied van de Zalm (bij Wilsum).

Het opzetten en het bezit van een eigen militair steunpunt maakten dat een adelijke familie zich onafhankelijk kon opstellen.).

Zoals eerder opgemerkt, bestond Kampen in het begin van de 11e eeuw nog niet. Het eerste tufstenen kerkje in Kampen
stamt pas uit het begin van de13e eeuw, waarvan in 1961/62 een restant is opgegraven.
Dit kerkje was overigens een dochterkerk van Wilsum en deze behoorde toen tot de parochie Wilsum.
En nog weer later, hebben we te maken met het kerspel Kampen. Men moet bedenken,
dat er in die tijd een godsdienstplicht bestond en dat betekende,
dat de mensen in Kampen en Kamperveen naar de kerk in Wilsum moesten gaan.

Opvallend is de klaverbladvormige afsluiting die dit kerkje van Kampen aan de koorzijde heeft gehad.
Dat zou op invloed uit het Rijnland (Keulen) wijzen. Men moet daarbij ook bedenken, dat deze
  klaverbladvormige afsluiting ook de uit 1175 daterende tufstenen Sint Nicolaaskerk van Vollenehove bezat.

  Dus de een-beukig zaalkerkje uit Wilsum was de moederkerk van de latere kerk in Kampen en IJsselmuiden.
Grafhorst had in die tijd nog helemaal geen kerkje. De Friesen die zich gevestigd hadden in Kamperveen,
nadat ze gevlucht waren uit het gebied rond Stavoren, vanwege overstromingen
en plunderingen van de Noormannen, trokken pas heel geleidelijk naar het gebied wat nu Kampen heet.
Ook waren er toen nog geen belangrijke kloosters in de buurt.
Wel was Deventer al een belangrijke plaats, maar deze was rond die tijd nog niet zo belangrijk,
dat ze een voorpost aan de IJssel konden laten bouwen, om aanstormend gevaar voor te kunnen zijn.
Wel zegt de geschiedenis ons, dat in 1040, Bernoldus, toen bisschop van Utrecht de kerk van Zwolle
aan het kapittel van St. Lebuinus te Deventer heeft geschonken.
(De akte waarin dit staat is overigens vals).

Er wordt gezegd, dat Zwolle zo het recht kreeg tot het benoemen van een pastoor en kregen ze
  de beschikking over de kerkelijke tienden in de parochie. Maar Wilsum behoorde helemaal niet tot
deze parochie en het bisdom Utrecht had omstreeks die tijd weinig tot helemaal geen zeggenschap
in dit gebied. Dat de kerk van Zwolle in de afgelegen buurtschappen nieuwe kerken
kon stichten en dan met name in Wilsum valt daarom sterk te betwijfelen.

Over Overijssel bestaat in feite geen enkel geschrift tussen de 9e en de 15e eeuw.
Bovendien, als je de levensbeschrijving van St. Lebuinus bestudeert, vind je geen
enkele aanknoopingspunt met Nederland. Nog erger, St. Lebuinus hoort thuis
in de pagus Isla en te Daventria in … Noord-Frankrijk en niet in de IJsselstreek van Deventer.
Salland bleef onder het bestuur van de Saksische graven tot 1076.

Men moet verder bedenken, dat de koning of keizer van Duitsland, dit gebied in “gouwen”
(graafschappen) had verdeeld, die hij door edelen liet besturen. Zo'n graaf benoemde dan
op zijn beurt er een drost en deze benoemde in de steden weer een schout,
die zich liet bijstaan door schepenen (dit was een college van vrije burgers).


Dan blijft er dus nog hooguit een adellijke familie over,
 die zeggenschap had over dit gebied,
wat men in die tijd “Isselgo” noemde.
(ook wel Islegowe, is een streek langs aan of bijlangs de IJssel gelegen)
  Salland, Isselgo dus, viel in die tijd, nog onder het bestuur van de Saksische graven.
 Zo werd dit gebied in die tijd bestuurd door graven uit de Brunonen-dynastie.

De BRUNONEN
(zijn waarschijnlijk de stichter van het kerkje te Wilsum ! ).

De Brunonen waren een grafelijk en markgrafelijk geslacht in het
hertogdom Saksen, het mark-graafschap en in Friesland.
Slechts vier generaties zijn ons bekend, van het einde
der 10e tot in de late 11e eeuw.
Er bestaat misschien een connectie met de Liudolfingers.

De Brunonen beheersten een machtscomplex in zuidelijk Oostfalen.
Het strekte zich uit van het Noordelijke Thuringgau tot Godingau en
van Salzgau tot Mulheze.
Eigenlijk ging het om een Oud Lindolfinger-erfenis,
die zich reeds in de 9e eeuw had ontwikkeld.

Ook waren zij aanwezig in grote delen van Midden-Friesland en
in het IJsselgau.
Zij kregen inkomsten uit tol op de visserij en uit de overzeese handel
(Stavoren, Dokkum, Leeuwarden en zo ook Wilsum (Steur en Zalm),
sedert het begin van de 11e eeuw, wat hen toeliet munt te slaan.

Bruno I (970-1014)
heeft tevergeefs geprobeerd de keizertitel te bemachtigen na de dood
  van Otto II, wat er op wijst dat de familie een zeker aanzien had in dit gebied.
Hendrik III en IV hebben verschillende domeinen overgemaakt aan de
  bisschoppen van Hildesheim en van Utrecht, evenals aan de aartsbisschop van Hamburg.

Het verhaal gaat, dat Bruno I is overleden tijdens een tocht op het
schiereiland
Schokland en dat door de bekende Tsunami-vloed van 28-09-1014.
hij verdronken is. Deze wereldwijde overstroming, is in de vergetelheid geraakt.
Zijn zoon Liudolf III Graaf van Brunswijk en markgraaf in Friesland volgt hem op.

Bruno II (1024-1057)  volgde in 1038 zijn vader Liudolf III op, als
graaf van Midden-Friesland. Claimt in 1044 de grafelijke rechten in Fivelgo.
Hij maakt zich in 1047 meester van het gebied tussen Lauwers en Eems.
Bij een aanslag op de zesjarige Hendrik IV en zijn moeder, waarbij
Brino II en zijn broer Ekbert I (1030-1068) te hulp schoten, kwam Bruno II
om het leven en Ekbert I volgt hem dan op en als beloning voor
deze reddingsactie, krijgt hij o.a. het graafschap Friesland.
In de 11e eeuw verkreeg Stavoren van de Brunonen stadsrechten,
die tussen 1058 en 1068 (1061) door Egbert I ,
welke door Hendrik V in 1118 is bekrachtigd..
Stavoren was de eerste stad in dit gebied, die stadsrechten kreeg.
Begrijp goed, dat ons hele land, in die tijd een deel was van het grote Duitse Rijk.

Aldus werden de Brunonen leenmannenvan rijkskerkelijke gebieden.
De Brunonen bezaten het markgraafschap Meissen sedert 1067 als rijksleen.
Egbert II verloor het in 1086 en zijn rechten in Friesland in 1089,
na een keizerlijke uitspraak wegens opstandigheid. Aan beide
  zijden van de Oker schonken de Brunonen vele domeinen aan
  verschillende kloosters die ze hadden gesticht in Braunschweig.
Hendrik de Vette van Nordheim en vervolgens Lothar III
konden bij huwelijk het erfgoed "binnendringen".

Egbert II van Meissen (Ekkehard II) was de laatste telg die als graaf Midden-Friesland bestuurde.
De jonge Egbert II volgde zijn vader op als graaf van Meissen, Stavoren, Oostergo, Westergo en Isselgo.
Egbert II werd beleend
door keizer Hendrik IV met het graafschap Salland.
Maar deze Egbert ontpopte zich als de grootste vijand van deze Duitse keizer Hendrik IV,
ondanks dat het een neef van hem was. Zo kwam Egbert II in 1086 weer opnieuw in opstand tegen Hendrik IV.
In 1087 verzoende Egbert II zich met de keizer en kreeg hij zijn graafschappen terug. Doch Egbert II werd
  veradelijk, bij een strijd in Thuringen , omgebracht (in een watermolen, genaamd Silicha in 1090) en alle graafschappen,
dus ook Isselgo, kwamen vanaf 1089 onder zeggenschap van de bisschop in Utrecht (Koenraad) te staan.

Wel deed Egberts schoonzoon, de Saksische hertog Hendrik de Dikke, in 1106 nog een poging om Friesland
te heroveren, maar hij werd bij Norden met veel beleid en dapperheid ontvangen, dat zijn hele leger uiteen viel
en hij zelf in de handen van de Friezen viel, die hem daarna in zee hebben gegooid.

Ze sloegen zelfs zilveren munten. Dus het vermogen om zo'n kerkje te kunnen bouwen was ook aanwezig.
1+1 = 2 zou je kunnen zeggen.
In die tijd werden de Brunonen “distissimus” genoemd, m.a.w. ze waren hemeltje schatrijk !!

(De munten van deze adellijke familie zijn overigens te bewonderen in de keizerlijke Ermitage van St. Petersburg).

*******

Het kerkje te Wilsum stond dus toen al aan de oever van de IJssel op een tactisch punt aan de grens van Isselgo.
Deze adellijke familie had zijn wortels in Duitsland en daarom wisten ze,
hoe een burchttoren gebouwd moest worden.

*******

c) De toepassing van het dure materiaal “tufsteen”.

Men moet bedenken, dat de invoer van Tufsteen in de 11e eeuw pas goed op gang kwam.
De kogge, die gebruikt moest worden voor het vervoer van tufsteen vanuit de stapelplaats Deventer,
had een diepgang van bijna 2 meter. Voor de beeldvorming, in 1170 komt er een abt.
van het Friese klooster Mariengaarde, tufsteen uitzoeken in Deventer.

En hoe de grote blokken stenen in Deventer kwamen is ook nog een vraag, want waarschijnlijk
had Deventer toen nog helemaal geen rivierverbinding met de Rijn, daar deze verbinding pas
ontstaan is na de Julianavloed in 1164 en de Allerheiligenvloed in 1170.
Het kerkje in Wilsum bestond toen al meer dan 100 jaar. Tot en met de 10e eeuw, bouwde
men hoofdzakelijk houten gebouwen. Wel werden de stenen vanuit Zuid-Duitsland op grote
tientallen, aan elkaar gebonden, vlotten via de Rijn, stroomafwaarts richting Nederland vervoerd.
Waarschijnlijk zijn de blokken daarna op karren getrokken door ossen, vanuit Zutphen
naar Deventer vervoerd, waar de grote blokken daar ter plaatse werden verhandeld.
Vanuit Deventer kon toen deze blokken via de IJssel naar Wilsum worden gebracht, waar
ze ter plekke werden gezaagd in handzame handelbare tufstenen.

De eerste aanpassingen van de kerk en die van de 14e eeuw.

In de 14e eeuw is waarschijnlijk het gotisch koor gebouwd plus daarbij een aangebouwde sacristie ruimte,
want een koorgedeelte, zonder een sacristie is moeilijk bruikbaar. Bedenk daarbij ook,
dat in die zelfde periode, ook het Gotisch koor van de Sint-Nicolaaskerk te Zalk is gebouwd.
Het zou best een gezamenlijk actie geweest kunnen zijn.

Niet duidelijk is, of het zaalkerkje in Wilsum ook een Romaans koor heeft gekend.

Waarschijnlijk is deze geheel gesloopt om het materiaal hiervan te kunnen gaan hergebruiken
voor het latere Gotisch koor. De aangebouwde sacristie ruimte, horende bij
het Gotisch koor is later gesloopt, om de vrijgekomen tufstenen
te kunnen gebruiken voor latere aanpassingen van de kerk.

Waarschijnlijk heeft e.e.a. plaatsgevonden na de reformatie rond 1580.
Een gedeelte van het koor werd toen afgesloten door een muur,
zodat dit gedeelte als consistoriekamer gebruikt kon worden.
Een aantal gotische ramen werden daarbij tevens dichtgemetseld en er kwam
 een ingang aan de oostkant van het koorgedeelte, die toegang gaf tot de consistoriekamer.

(Zie de foto's elders op deze site).

De aanpassingen van de kerk in de 15e eeuw.

In die tijd kende het kerkje al een hoger Gotisch koor gedeelte.
Daarom werden nu de zijmuren van het schip verhoogd, om zo een uniform dakgedeelte te kunnen bouwen en
werden er vijf bakstenen kruisgewelven aangebracht, zoals die ook al aanwezig was in het Gotisch koor en
de romaanse vensters (dichtgemetseld) werden vervangen door grote spitsboogvormige vensters.
Of de steunberen toen al bestonden is niet geheel duidelijk. In die tijd werd overigens
het dak gedekt met monniken (bol) en nonnen (hol) dakpannen.
De ingang aan de noordzijde werd gesloten en er kwam een nieuwe ingang aan de zuidzijde van het zaalkerkje.

Ook kreeg de kerk toen een luidklokje, de Angelusklok, die 3x daags de burgers opriep tot gebed.

De klok hoog 76 cm. en rond 96 cm. heeft van 1477 tot en met 1611 in de kerktoren gehangen. 


De herstelwerkzaamheden van de kerk omstreeks 1722 (Collecte)

O.a. is toen de spits van de toren vernieuwd (insnoering)
 
en de tufstenen raamtraceringen werden toen vervangen door houten kozijnen.

De herstelwerkzaamheden van de kerk omstreeks 1837


fonds 1740

(1740 fl uit het fonds voor noodlijdende kerken)

en herstelwerkzaamheden door de stormschade van 1825.

De renovatie van de kerk omstreeks 1900.
(en een ode aan Frederic Adolph Hoefer (1850-1938)

Op 14 juli 1897 lezen we in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant een artikel over

Het kerkje te Wilsum”. Het betreft een ingezonden artikel van de heer F.A. Hoefer uit Hattem.

Aan het eind van dit artikel schrijft de heer Hoefer het volgende:

..........“Thans verkeert dit schoon gebouw in zeer treurige toestand.
Het dak heeft grote gaten, de muren wateren op vele plaatsen in en de ramen eischen dringend vernieuwing.
Zal dit oude gebouw, een der oudsten van Overijssel verdwijnen ! Zoo niet geholpen wordt -Ja-.
De gemeente en de gemeentenaren te Wilsum zijn te arm, om zelf de kosten der herstelling te dragen.
Wel bestaat er gegronde hoop, dat de regering zal helpen tot redding van dit monument, maar niet uitsluitend,
Daarom doen wij een beroep op allen, die gevoel hebben voor Overijssels monumenten.
Helpt ons een luttel dragen en zendt een gift of aan de Kerkvoogdij
der Nederlandsche Hervormde Gemeente te Wilsum, of aan schrijver dezes.
”.

In het boekje, dat werd uitgegeven na de restauratie van 1982, lezen we bij het hoofdstukje “De restauratie” op blz. 9,
Dat de kerk van Wilsum er na 900 jaar nog staat, ondanks overstromingen,
stormen en gevechten,
is te danken aan de stevigheid van de muren ….”.
Zucht, zie boven.

Ik ben van mening, dat we dit te danken hebben aan de heer E.A. Hoefer, want als hij niet, begin 1900,
het initiatief genomen had om de kerk te gaan restaureren, dan was de kerk allang een rune geweest,
klaar voor de sloop omdat de veiligheid niet meer gewaarborgd kon worden.


Zie de foto op blz. 6 van bovengenoemd boekje, voor de restauratie rond 1900 van de Noord-gevel.
Een bouwval, een bordje boven de deur van “onbruikbaar verklaard gebouw” zou toen niet hebben misstaan.

Medio 1899 is bij Kon. Besluit aan de Ned. Hervormde gemeente een rijkssubsidie bedrag verleend van fl 1500,
ten behoeve van de herstelwerkzaamheden aan de kerk, onder de voorwaarde,
dat aan de renovatie een bedrag van fl 2800 moet worden besteed.

Voor het jaar 1901 heeft het Rijk nogmaals een subsidie bedrag verstrekt van fl 2000 .
Zodat de ramen aan de Noordgevel vernieuwd konden worden.

Al deze werkzaamheden stonden onder leiding van de heer F.A. Hoefer.

Hoefer de harderwijker 1899
Een artikel in "De Harderwijker" van 23 september 1899


Het is te betreuren, dat de burgerij in Wilsum, de heer Hoefer nog niet op een of andere wijze,
de eer heeft verstrekt, die hij verdient.


De heer Hoefer, heeft ongelofelijk veel werk verzet, om de Ned. Herv. Kerk van de ondergang te redden.
In 1894 werd Hoefer benoemt tot directeur van het Provinciaal Overijsselsch Geschiedkundig Museum te Zwolle.
Deze functie heeft hij bekleed tot 1931. Het is o.a. zijn verdienste geweest, dat dit museum in 1905 kon worden
gehuisvest in het prachtige patriciershuis aan de Melkmarkt.
Tot de monumenten die mede door zijn toedoen behouden zijn gebleven, behoren o.a. het Gotische Huis
te Kampen, het stadhuis van Hasselt, het Reventer te Zwolle en ...... het Romaans kerkje te Wilsum.


Op 16 juni 1902 kunnen we lezen in de Provincale Overijsselsche en Zwolsche Courant,

dat de aannemer Rouwenhorst te Hattem, de restauratie flink zal gaan voortzetten..

Tien in zeer slecht verkerende ramen worden dan vervangen door kozijnen van Bentheimersteen,
waarin gekleurd (cathedraal) glas in lood komt en buiten de kerk wordt een nieuwe consistoriekamer
gebouwd met tufsteen. Dit laatste is nodig, daar het koor, toen door een muur afgesloten
en diende tot die tijd als consistoriekamer,zal worden afgebroken,
zodat dit deel een geheel kan gaan vormen met de rest van de kerk.

Tevens wordt de deur in de Oostgevel die toen toegang gaf naar de oude consistoriekamer
gesloten en krijgt de preekstoel een nieuwe plaats in de kerk. Verder wordt een
een dicht gemetselde gotisch raam weer hersteld en krijgt het koor weer vijf gotische ramen.
De herstelwerkzaamheden zijn in 1904 klaar gekomen.

Het artikel in de courant eindigt met de opmerking:

... "Dat binnen korte jaren de Hervormde gemeente te Wilsum in het bezit zal zijn
van een goed gerestaureerd eeuwenoud kerkgebouw, is in hoofdzaak te danken aan de
onvermoeide pogingen van den heer F.A. Hoefer te Hattem". 

Bovendien heeft de heer Hoefer zich ingespannen, om gegevens boven water te krijgen
betreffende de stadsrechten van Wilsum. 

Zo lezen we in een artikel in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 28-10-1903

" ....Mr. Telting brengt dank aan de hh. Hoefer te Hattem en mr. Rutgers,
rijks-archivaris van Overijssel voor de inlichtingen hem voor deze uitgaven verschaft
en voor de diensten hem daarbij bewezen".



'afbeelding 1890              Oostgevel rond 1890

           Foto's van voor de verbouwing rond 1900. ( 2 foto's uit het album van Henk Fix)
(Let op de nog aanwezige achteringang bij het koor en het dichte raam boven de ingang. Ook bestaat de zij-ingang toen nog niet)


                                            Een korte samenvatting van de geschiedenis van Wilsum:

                                            STAD DATERING: (Vr) 1321 febr. 24.
                                            VERLENER: Bisschop van Utrecht

                                            BESCHRIJVING: De oudste vermelding van ‘Wilsem’ (als kerspel) dateert van 1213.1
                                            De kerk aldaar is midden 11e eeuw gebouwd en gewijd aan de Heilige Lambertus, bisschop van Tongeren.
                                            In een oorkonde van 28 december 1260 is Wilsum nog een villa (prope villam quandam Wilsem dictam).2
                                            In een oorkonde van 18 sept. 1276 verleent graaf Floris V voorrechten aan de
                                            mercatores civitatum et villarum de Campen, de Zwolle, de Daventria, de Wilsem et de aliis locis.
3
                                            Dit privilege wordt op 7 jan. 1300 bevestigd door graaf Jan II. Hieruit valt echter niet af te leiden of Wilsum
                                            tot de steden dan wel de dorpen moet worden gerekend.
                                            Van dinsdag 24 febr. 1321 is een codificatie van het stadsrecht bekend door
                                            ‘schepenen van Wilsem, olde ende nije, ende alle de gemeente’.4
                                            Een afschrift hiervan is bewaard gebleven 5 en in druk verschenen. 6
                                            Het stadsrecht telt 51 artikelen; hierin is ook al sprake van burgemeesters.
                                            Algemeen wordt aangenomen dat Wilsum al vr 1321 stadsrechten heeft gekregen van
                                            de bisschop van Utrecht.
Op 4 okt. 1328 maant graaf Willem van Holland
                                            schepenen en raad van o.a. de stad Wilsem zich met de bisschop van Utrecht te verzoenen.7
                                            Van 22 mei 1330 dateert een uitspraak in een geding tussen de bisschop en de heer van Voorst
                                            waarbij de stad en het kerspel Wilsem 500 ponden moeten betalen.8 Op 20 apr. 1331 verleent Jan III van Diest,
                                            bisschop van Utrecht, aan de inwoners van Wilsum stadsrecht zoals Zwolle, Hasselt en Genemuiden dat hebben.9
                                            Op 4 mei 1394 bevestigt bisschop Frederik van Blankenheim de eerdere privileges.10 Wilsum is nooit ommuurd geweest.
                                            Op de Landdagpenning van 1597 van de Staten van Overijssel staat Wilsum als n van de 16 kleine Overijsselse steden vermeld.
                                            Bij K.B. van 21 juli 1816, nr. 5, wordt Wilsum tot de rang van stad verheven.

                                           OUDST BEWAARDE ZEGEL: 18e -eeuws.11 Schild met stadspoort en twee torens waarop een pelikaan met jongen.
                                            Randschrift: SIGILLUM WILSEMENSIS.

                                            LITERATUUR:

                                             Telting, A., ‘Stadregt van Wilsum’, in: OSDM, 15e stuk 1903.
                                             Pelser, E., De steden in Overijssel in de Middeleeuwen tot 1400, Amsterdam 1966
                                               (scriptie, niet gepubliceerd; overdruk Bibliotheek provincie Overijssel).

                                                    1 OSU, II, nr. 613.
                                                    2 Ter Kuile, Oorkondenboek, II, 269; OSU, III, 1538.
                                                    3 OHZ, III, nr. 1754, p. 872-877; OSU, IV, 1909.
                                                    4 Telting, ‘Stadregt van Wilsum’, p. 15
                                                    5 GA Kampen, oude archieven IJsselmuiden, inv. nr. 38, reg. nr. 1; HCO, handschriftenverz. Vereniging ORG.
                                                    6 Telting, ‘Stadregt van Wilsum’, p. 9-18.
                                                    7 Ter Kuile, Oorkondenboek, IV, 881.
                                                    8 Ter Kuile, ibid., IV, 932; Berkelbach, Regesten, nr. 939.
                                                    9 GA Kampen, oude archieven IJsselmuiden, regest nr. 2; Ter Kuile, ibid., IV, 1025.
                                                    10 Muller, Regesten, 1574.
                                                    11 Van den Bergh, Gemeentezegels, p. 113.



.Geselecteerde en geraadpleegde
 literatuur en bronnen over Wilsum:


.
                    E. Moulin:            o.a. Historisch Kamper Kronijk 1839
Mr. Telting:          "Stads Regt van Wilsum"
H. van Beek:        "Het Embryo van Vloet"
W.A. Fasel:         "De kroniek van Vloet"
                                                            C.N. Fehrmann:   "De Geschiedenis van de St. Nicolaas of Bovenkerk te Kampen.
                        A.J. Reijers:         "De Brandenberg te Wilsum (dec. 1930).
                                                    G.Ph. Scheltens:   Iets over het geslacht Hoksbergen "De Klompenpraktikant".
        M.H. Bartels:       "Tufsteen, duyfsteen, dufsteen"
                                                        J. van Gelderen:   "Een opvallende dame". Een Kamper handelshuis te Lissabon.
                                                                            C. Ravensbergen: "Commotie in Kampen" (Georgius Goyckerus, predikant te Wilsum 1610)
                                    Mr. G.A.J. van Engelen & v.d. Veen: "Het ontstaan van Kampen"
                                    J.A. Paasman:       "Een Historische Schets van de gemeente Wilsum"
                                        "Aan de monding van de IJssel"
     F.A. Hoefer:        "Het kerkje te Wilsum" 1897
                                                Theo van Mierlo:  "De St. Lambrechtskerk te Wilsum in de Middeleeuwen"
                                                                                        H.J. Fijnenberg:    "De restauratie en ingebruikname" De Hervormde Kerk te Wilsum (1981-1982)
Jan van Weteren:   
"Vergeten Levens      
                Atte Jongstra:       "De avonturen van Henry II Fix"
P, van den Burg:   "Aaltje onder het kruis".
                        Dicky Haze:         "Wilsum, een kortstondig handelsplaatsje.

===========================

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed.

De gegevens zijn afkomstig van openbaar toegankelijke bronnen,
(publicaties, archieven en internet).
Desondanks kunnen er best fouten in voorkomen.
Constateert u fouten en/of hebt u vragen, correcties, aanvullingen,
of wilt u b.v. foto's van de site gebruiken (c)
geef dit dan a.u.b. even aan mij door via het onderstaand E-mail adres.

Mijn motto in deze is: "2 weten meer dan 1"

Free only for personal and non-commercial use.

(C) Copyright 2021 All Right Reserved
.
No part of this publication may be reproduced,
stored in a retrieval system, or transmitted,
in any form or by any means, electronic,
mechanical, photocopying, recording or otherwise
without the prior written persmission of the publiser.
.

T.R.P. van Grijfland  (11-08-2022)
Zwolle / Albufeira

p.van.grijfland at gmail dot com
"