"DE GULDEN SPORENSLAG van de LAGELANDEN"
( Slag bij Ane )
ruiterspoor
We schrijven het jaar 1227.
door T.R.P. van Grijfland
(deze site is continu in aanbouw 05-12-2018)











                                                              zie ook GOOGLE+ (Slag bij Ane)

slagveld01
Een impressie van de veldslag bij Ane (een schilderij van de schilders Vinkeles en Buys rond 1786)


Slag bij Ane
De veldslag bij Ane te zien in het Nationaal Tin-museum te Ommen !!

zandpad
De veldslag bij Ane te zien in het Nationaal Tin-museum te Ommen !!

"En ook de aand'ren mut an kaant;
"Wat doet die kerels hier in 't laand !
"Koomt die oez'vrijheid roven .......
"Wi'j zult 't locht uutdoven ....

"De Bisschop valt ..... de aandren zinkt ....
"'t Sloan van holt op stoal det klinkt;
"Sloat dood, sloat dood de Heren !
..............................
"Gien iene zaller keren. "

[ uit: "Spoakkaamp"; door J. Poortman, in't maandblad "Drenthe", jg. 15. juli 1943]

Artikel in de Utrechtse Courant
Artikel in NvhN

Krantenartikelen uit 1967 (Utrechtse Courant en NvhN)
over de eerste herdenking van de Slag bij Ane.
(Ds. H. van Lunzen uit Odoorn, noemde het monument;
"n grafpaoltien veur oeze veurollen".)

Elk jaar verscheen er nadien vele artikelen in landelijke dagbladen over deze historisch gebeurtenis.

krantenartikelen
Krantenartikelen uit NvhN, Leeuwarder Courant, De Telegraaf, Alg. Handelsblad, De Tijd, zelfs Volk en Vaderland.


Gedenksteen 1968 (Gramsbergen)
Gedenksteen 1968 (Gramsbergen)
Gereed op 28-7-1967 en onthult op zaterdag 29-7-1967
In witte kieselstenen heeft men aan de zijkant teksten aangebracht !
(Let op de toen nog aanwezige bronzen plaat met de tekst:
"Zie vocht'n ok veur oenze vrijheid"
(Waar de bronzen plaat gebleven is, is niet bekend !)

Ooit is er veel geld voor ingezameld. (zie elders op de site).
(Dhr. W. Kramer blies op zijn trompet bij de onthulling toen de "Last Post" !
Tevens werden er tv-opnames gemaakt)

(Men noemde het in 1967 volkomen onzinnig om aan
een onbeduidende boerenopstand, iets uit de vroege
Middeleeuwen, aan de vergetelheid te willen onttrekken).

"Ien-moal kriegt de helden van Oane woar ze recht op hebt.
Loat dizze oamd een oproep wezen um te bouwen"

Waarom de slag bij Ane herdenken ?
- "Wie zijn geheugen verliest, verarmt onherstelbaar"
- "Wij hebben een ereschuld in te lossen"
Aldus Ds. van Lunteren en dhr. Dieks Makkinga.

"Wie zien verleed'n niet eert is zien toekomst niet weerd."
(Een oude Saksische spreuk)

In 1977 waren er een kleine 500 personen bij de herdenking aanwezig !

Deze veldslag was de voorloper van de Slag bij Woeringen (1288),
Slag bij Kortrijk (11-7-1302)  en de
Slag bij Warns in Friesland (26-9-1345)


Zegel Ane
Om grond en een bronzen plaat te kunnen aankopen voor het momument,
(zie elders op de site) werden er
huis aan huis, door scholieren deze zegels verkocht.
Ook het stukje grond moest er voor worden aangekocht.

In 1957 verschenen er reeds artikelen in de kranten over inzamelingsakties voor het oprichten van een monument.
Zo verscheen er in de Leeuwarder Courant van 29-9-1957 een bericht over de Ommense schooljeugd,
die geld
( fl. 350)  hadden ingezameld voor de bouw van zo'n monument. In 30 tal gemeenten zouden gelijke akties georganiseerd worden. Gemeente Zuidlaren heeft zelfs een sudsidie bedrag uit de gemeentekas toegezegd.
Maar heel opvallend, gemeente Gramsbergen van burgemeester de Goede deed niet mee !
Er mocht daar geen zegelactie worden gehouden, in tegenstelling tot de gemeente Ommen, daar
haalde de schooljeugd fl. 350,- binnen. In totaal leverde de actie fl 800,- op.
Deze info werd in die tijd verstrekt door de heer Dieks Makkinga (ooit strijder voor een verenigd Saksenland) uit Ommen en de volksdichter H. van Laan uit Lutten. Daarna wordt niets meer over dit initiatief vernomen.
Wat er met het ingezamelde geld is gebeurd, is ook niet bekend.

Overigens werd er vanaf 1961 elk jaar al een bijeenkomst gehouden door een comit  "Ien Neder-Saksen".
Dit comit van aanbeveling, bestond nog in 1975 toen er voor de 10e keer een bijenkomst plaatsvond.
Het comit  "Ien Neder-Saksen" hield op te bestaan op 21 augustus 1976.
Vanaf die datum organiseert de "Vereniging Herdenking Slag bij Ane" elk jaar de herdenking.
Als eerste voorzitter van deze vereniging werd benoemd de journalist Lammert Huizing uit Hoogeveen.
Een uitgebreid verhaal over het ontstaan van deze gedenkplaats kan men hier lezen.

Vele mensen uit Coevorden en omgeving kregen in de jaren vijftig van de vorige eeuw,
 van meester Heys,
hoofd van de Gereformeerde Paul Krugerschool in de vijfde en zesde klas,
de geschiedenis te horen van de heldhaftige overwinningsstrijd tegen de bisschop van Utrecht.
.

Aanbevelingen tot het oprichten van een monument kwamen o.a. van:
Prof. dr. W. Jappe Alberts,
Ben van Eysselsteijn ("Big Ben") Letterkundige 1898-1973
Prof. Dr. Albert Egges van Giffen, (1884-1973)
Mr. K.H. Gaarlandt Comm.v.d.K. van Drenthe (1909-1989)
Senator R. Zegering Haddes (1912-1991),
TT organisator Jan Weggemans,
dichter Roel Reyntjes,
Ds. H. van Lunzen te Odoorn,
M. Ackerman te Zweeloo,
Willy Friedrich te Nordhorn.
maar ook Dikkers van de Zolse Courant, Boom van de Meppeler Courant
en de De Lange van het Dagblad van het Oosten namen zitting in het comite van aanbeveling.

Er zijn zelfs plannen gemaakt om een monument op te richten, welke fl. 2.750.000 moest gaan kosten

monument
Twee verschillende ontwerpen voor een monument.
Links op de foto ontwerper J.C.  Steenbeek en verder
ing. J. Drenten, Prof.dr. H.J. Prakke en Mr.dr. G. Overdiep.

(1986 - 1987 / NvhN - De Telegraaf)

(Maker van de maquette op de foto rechts, is dhr. W. Hekman. Deze maquette is ooit gebruikt
op een praalwagen in een feestelijke optocht te Gramsbergen. Later is hij opgeslagen in een
boerenschuur. Of de maquette nog bestaat is niet bekend.
Deze maquette is nagemaakt van een foto uit een boek van Hendrik Slingenberg)

(De maquette links is van Joop Steenbeek (1986) en stelt de vesting Coevorden voor en
de gedenknaald is de machtige bisschop met zijn tentenkamp)


=========\/=========

* * *  De geschiedenis vertelt ons het volgende: * * *

De veldslag bij Ane (Coevorden) in 1227 is zonder twijfel n van de indrukwekkendste gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis.

Deze veldslag wordt dan ook wel de "Guldensporenslag van de Lage Landen genoemd en het werd de grootste ramp uit die tijd. Het gezag van de bisschop uit Utrecht over dit gebied bleef daarna jarenlang ernstig verstoord.

De Vlamingen gedenken "de Guldensporenslag", de Friezen hun "slag bij Warns" 26-09-1345, Groningen "28e augustus" en de Drenthen "de slag bij Ane" op 27/28 juli 1227.

Drenthe stond vanaf die datum op de kaart en de stad Assen heeft zijn bestaansrecht aan deze veldslag te danken. Zelfs kan men zonder overdrijven vaststellen, dat de steden Zwolle, Ommen, Hardenberg en Gramsbergen hun ontstaan te danken hebben aan de slag bij Ane. Zwolle kreeg als beloning voor de aan de bisschop verleende hulp stadsrechten. Hardenberg en Gramsbergen werden stedelijke versterkingen (1229) voor de bisschoppelijke verdediging van het gebied "Oversticht". Hardenberg bestond toen overigens helemaal nog niet. Wel het nabij gelegen gehucht Nijenstede, welke plaats ook genoemd wordt in de kroniek “Narraico”. Hasselt kreeg in 1252 stadsrechten vanwege de hulp van de 4 ridders uit Hasselt bij de slag van Ane. In "De kroniek van Vloet" (waarschijnlijk een falsificatie) wordt beweerd, dat lieden uit Kampen hun diensten aan de bisschop Wilbrand hebben aangeboden om hem te gaan helpen met de strijd tegen de Drenthen. Als dank hiervoor, kregen ze van de bisschop op 5 maart 1228 een kostbaar document, waarin Kampen zijn stadrechten zou verkregen hebben, (Zie ook blz 59 "De vlucht van de Arend" geschreven door Anton Fasel).

Prominente personen relativeerden vaak deze veldslag.

Oud senator Mr. Harm van Riel
(groot kenner van de middeleeuwse geschiedenis)
omschrijft het als volgt,
"De worsteling in de zompige Aner bodem was geen keerpunt in de
Drentse geschiedenis, het was slechts een misrekening v.d. bisschop".

Volgens Dr. F. Klevering Buisman
is het meer een "militair incident" en heeft "Narracio" voeding
gegeven aan de Middeleeuse Drentse heldendom.
Dit verhaal is wel ontstaan in de "huiskamer" van de Utrechtse bisschoppen.

Prof. Dr. H.J. Prakke heeft het over de 13e eeuwse Drentse vrijheidstrijd.

Prof. Dr. B.H. Slicker van Bath uit Wageningen vindt dat men
beter het "Drentse Landrecht" van 1412 kan vieren.

en Mr. Drs. Wim Visscher zegt,
"De vrijheid van Drente kreeg bij Ane zijn gestalte"

De slag bij Ane was voor die tijd een betekenisvolle beruchte veldslag tussen de bisschop van Utrecht, Otto II van der Lippe en zeer bekende Edelen en ridders en de Burggraaf van Coevorden, Rudolf II van Coevorden aangevuld met enkele ridders, burgers, boeren en buitenlui uit de streek Drenthe.
De voornaamste Ridders en Edelen van Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Gelderland en Duitsland, in totaal meer dan 400 man (dit waren niet allemaal ridders), werden in n dag in zware rouw gedompeld.

limerick
Een limerick
uit het "Geschiedkundig Schoolboek van Drenthe" 1851
(Jean Samuel Magnin)

"Dear bleven noch vele meer andere Ridderen ende Edelen welcker getall in
een geschreven
Chronyck op 500 wordt begroot. Beka schrijft van 400, maer
Albertus Stadensis die omtrent dien tijd leefde, segt datter 200 ridders ofte
ridders kinderen sijn verslagen: waervan ick sommige tot omtrent 150 in
een geschreven Chronycksken mit namen ende toenamen angeteekent
gevonden hebben, waeronder veel Over-IJsselse Edelen geweest sijn,
om welcker wille wij dat gehele register sullen stellen ende is als volgt.."

(Wilhelm Nagge +1690 )

De belangrijkste redelijk betrouwbare kroniek over de geschiedenis van deze veldslag is beschreven door een onbekende subjectieve schrijver in het jaar 1232.Narraico quedam de Groninhe, de Thrente, de Covordia et de diversis aliis. In de Sint Walburga kerk van Groningen was er namelijk op 30 oktober 1231 een speciale bijeenkomst van geestelijken georganiseerd, die aan de bisschop Wilbrand verhalen vertelden over deze vreselijke veldslag. De schrijver heeft waarschijnlijk deze gedenkwaardige gebeurtenis van dichtbij meegemaakt. Daarnaast is de schrijver een geestelijke uit Friesland (“nostri Frisones”) of misschien wel een monnik van het Benedictijner klooster van Ruinen, die gezien de teneur van het verhaal op de hand was van de bisschop van Utrecht. (Er zijn lieden, die stellen, dat "Narracio" meer een Utrechtse achtergrond en loyaliteit heeft). Een andere mogelijkheid bestond er in die tijd trouwens helemaal niet. Deze Noord-Nederlands Latijnse “Narracio” is n van de belangrijkste middeleeuwse kronieken van Nederland. In de loop van de tijd zijn er drie belangrijke geschriften over deze geschiedenis verschenen en n in druk uit 1690 (Antonii Matthaei). Alle hedendaagse verhalen van deze veldslag zijn overigens gebaseerd op deze kroniek “Narraico”. Maar ook uit een Duitse kroniek Een cronike van den greven van Benthem, kan men het n en ander lezen. Verder zijn er nog 2 andere getuigenissen uit die tijd. Emo van Wittewierum (1234) (ook wel Emo van Bloemhof of Emo van Huizinge genoemd) en Anonymus van de Vitae Sibrandi, Jarici et Ethelgeri (1270). Ook bestaat er een "Chronographia"van Johannes de Beke (+/- 1350).

Narracio
greven van Benthem

Quedam narracio de Groninge, de Thrente, de Covordia ..        Een cronike van den greven van Benthem

Walburga kerk

De St. Walburga kerk in Groningen. Gezien vanuit het Z.O.
Een pentekening +/- 1720 (Het Utrechts Archief)

Wat eraan vooraf ging.

Om dit te kunnen begrijpen, moet men enige kennis hebben van de twistten die er in die tijd speelden. In de 12e en de 13e eeuw, werd er veel strijd gevoerd om het bezit van macht, voorrechten en stadsrechten. De bisschop van Utrecht kreeg in 1046 formeel de macht over dit gebied en werd toen Graaf van Drenthe (Het Oversticht). Hierover onstond eigenlijk al gelijk veel weerstand tegen. De bisschop stelde direct 2 stadhouders aan, n voor de stad Groningen en n voor Coevorden. Het oude Groningse geslacht Gelkinge (Gelkingers) waren tegen de invloedsfeer van de bisschop en de Groenenbergergers waren juist vrienden van de bisschop. In 1110 ontwikkelde zich dit tot een strijd tussen deze twee belangrijke families. Belangrijke machtsgebieden waren toen de Friese landen (de huidige provincie Friesland en provincie Groningen), de stad Groningen, de Ommelanden ook wel klein Friesland genoemd, het Oversticht (provincie Drenthe en een stuk van Overijssel), Gelre, Bentheim en de plaatsen Vollenhove, Steenwijk en Coevorden, die de toegangspoorten waren naar het Noorden en waar de bisschop dwangburchten (mottekastelen) liet bouwen en daar te pas en te onpas gevetteerd moest worden.

Oversticht
Nedersticht en het Oversticht.

Opmerkelijk is, dat wanneer de Bisschop van Utrecht eens per jaar naar het Oversticht ging, hij hiervoor, via de Zuiderzee, naar Vollenhove moest varen, waar hij dan eerst een dag moest bijkomen vanwege zeeziekte.
De Bisschop kon niet zo maar door het gewest Gelre trekken.

Ten tijde van bisschop Boudewijn II van Utrecht (1178-1196) waren er vele oorlogen in “het Oversticht”, waar plunderingen van bisschoppelijke goederen schering en inslag waren. Zo leefde hij voortdurend op voet van oorlog met zijn leenman Flores (van Vorenborch) van Coevorden, waarbij het belangrijkste twistpunt de heffing van tolgelden betrof. De bisschop had al eens het kasteel in Coevorden ingenomen. (Het gebied kende in die tijd vier grote steunpunten, namelijk Vollenhove, Coevorden, Eelde en Groningen). De zoon Rudolf II van de leenheer wordt toch weer de nieuwe burggraaf van Coevorden en deze zette onverdroten de praktijken van zijn vader voort. Bisschop van Dirk II (van Are), in 1197 gekozen, wist dit gebied politiek en economisch er toch weer boven op te helpen. Zijn opvolger Otto van der Lippe II (1215-1227) (in de zijlinie verwant aan Prins Bernhard) zette deze lijn door, maar stond ook onder grote invloed van de verschrikkelijke paus Innocentius III. De paus die niet alleen vocht tegen de "Kartharen", maar ook tegen het gespuis en ongelovigen in Noord Europa. Deze bisschop, Otto van der Lippe II, heeft o.a. diverse keren Palestina bezocht en bij zijn terugkomst in 1223 moest hij ondertussen al weer ten strijde trekken tegen Gerhard graaf van Gelre. Dit gesteggel heeft een paar jaar geduurd en ondertussen ontstond er ook een burgerlijke twist in en rondom de stad Groningen.

Dat de bisschop zijn laatste kruistocht niet volbracht heeft,
wordt ook wel als redenen genoemd om daarom dan maar
een kruistocht te beginnen tegen die ongelovige Drenten.
Om zo de paus Innocentius III tevreden te kunnen stellen.

Op lokaal niveau ontstonden coalities tussen boeren en handelaren enerzijds en plaatselijke ministerialen van de bisschop anderzijds. Doch deze potentaten van de bisschop gingen soms hun eigen weg en werden zo geduchte tegenstanders van hun eigen leenheer, de bisschop van Utrecht.

In 1225 ontstond er een vete tussen de leenheer Rudolf II “de Castellein” van Coevorden en de Groningse burggraaf Egbert “den Amptman” van Groningen, beiden vazallen van Utrecht en omdat de Drenten in 1196 ook al tegen de bisschop in opstand waren gekomen, plus dat het tot de orde roepen van die Castellein van Coevorden op niets was uitgelopen, hij wilde namelijk niet de eed van trouw zweren en geen kerkelijke tienden afdragen, riep de bisschop diverse edelen op om het oproer neer te slaan en tevens zo de mogelijkheid kon benutten om de christelijke leer weer eens te gaan verkondigen en daarbij hun macht aan de boeren kon laten zien. De oorlogen met de bewoners van de machtsgebieden worden veelal afgeschilderd als hebzuchtige en hoogmoedige ketters en rebellen en de bisschop met zijn aanhangers als edele en grootmoedige verdedigers van het ware geloof.

Drenthe
Drenthe (schilder Egbert van Drielst)

Maar goed, in 1225 vocht Egbert, de burggraaf van Groningen opnieuw tegen Rudolf II van Coeverden om de macht over de stad Groningen. Overigens was het de stad Groningen niet toegestaan door een vorige bisschop opgelegd, om stadsmuren te bouwen. Bisschop Otto kon de zaak sussen op straffe van de doodstraf voor beiden, als ze weer tegen elkaar oorlog zouden gaan voeren. Doch Bisschop Otto was nog niet vertrokken of Rudolf II veroverde het huis “Den Ham” bij Glimmen van Egbert en verwoeste het totaal. Hij trok met een leger weer naar Groningen en stichtte er vrede en verjoeg Egbert uit de stad, die naar Friesland vluchtte. Daar organiseerde Egbert weer een leger en samen met de Friezen en Ommelanders viel hij de stad Groningen weer opnieuw aan. Hij plunderde de stad en voor een groot deel stak hij de stad in brand. Rudolf II van Coevorden moest vluchten en kon daarbij ter nauwe nood aan de dood ontsnappen. Deze verzamelde opnieuw een leger en belegerde samen met lieden uit Steinfrt, Dalen, Lohn en Goor plus de Gelkingen en zijn Drenten daarna opnieuw de stad. Doch Egbert kon zich goed staande houden, met de ridders en soldaten die door de bisschop eerder waren achtergelaten.

http://www.rtvoost.nl/tv/uitzending.aspx?uid=370257Een belangrijke historische plek uit die tijd was "Nutspete" of "Mitspete",
in de buurt van Noordlaren. Daar bevond zich rond 1227 een primitieve
schans van 2 concentrische wallen met bijbehorende greppels en
daarbinnen een houten verdedigingstoren (mottekasteel).
In 1918 zijn deze wallen ge
galiseerd door een boer dit dit gebied in pacht had.
"Het ploegde zo wat makkelijker

(Nog steeds vallen dit soort vestingswallen niet onder de Monumentenwet.)


Nutspete
De locatie Nutspete (Mitspete) bij Noordlaren (Groningen)
Gelegen aan een natuurlijke nauwe doorgang aan de voet van de Hondsrug richting Groningen

Algauw bereikten Rudolf daarna de berichten over het verzamelen van een legermacht van de bisschop van Utrecht, die deze strijd in zijn stad Groningen niet langer kon tolereren en ook omdat zijn leenman Burggraaf Rudolff II van Coevorden zich niet aan de afspraken had gehouden. Deze bedacht zich geen twee keer en brak het beleg van Groningen op.


Ane-31
Groningen en Drenthe

De kruistocht tegen de barbaarse Drenten.

Ook wordt er hierbij wel eens gesproken over "de mislukte contraguerilla in de Drentse Oorlog van 1227-1234."

In feite moest het deze keer een makkelijke (gebruikelijke) kruistocht worden tegen de barbaarse Drenten. Het was de bisschop wel duidelijk, dat hij dit keer geen klein legertje moest samenstellen tegen deze zeer stoutmoedige Burggraaf van Coevorden. De bisschop was ook op de hoogte van het feit, dat Rudolf in mei 1227 Ommen had geplunderd, nadat hij daar een legertje ridders uit Salland had verdreven. Rudolf wilde hiermee ook voorkomen, dat dit legertje in Groningen gebruikt zou gaan worden.


Ommen02

Ommen01
Het plunderen van Ommen door Rudolf II in mei 1227
(Nationaal Tin-museum te Ommen) (c) GRY

Het was zomer, mooi weer en de graven en edelen hadden wel zin in een verzetje. De graven van Holland, Gelre, Bentheim en Kleef bieden de helpende hand, alsmede de heer van Amstel en ook Herbaren II doen mee. Hij beloofde hen tevens giften en geschenken bij het meedoen aan de "kruistocht". Men stuurde dus niet alleen een leger, maar ze deden ook zelf mee aan de “kruistocht”. Zelfs de in die tijd grootste en bekwaamste held van de eeuw, het wonder van dapperheid en heldenmoed, de door Europa en Azi beruchte ridder, de schrik van elke vijand, de beroemde Bernhard, Landvorst en Graaf van Horstmer ging met zijn ridders, mee doen en dan wel voorop in de strijd. Hij krijgt tevens de bevelvoering over een aantal krijgsscharen van de bisschoppen van Munster en Kln en de daarbij behorende wapenknechten en dienstmannen. Men moet zich voorstellen, dat deze graaf van Horstmer, zeer grote indruk maakte op de andere ridders en landheren. Ook het van te voren elkaar verwelkomen bracht enig ceremonieel te weeg.


Vaandel
wapenuitrusting
Amstel
Floris

     Vaandel St. Martinus Utrecht      Wapenuitrusting        Gijbrecht van Amstel        Floris IV van Holland
         "Vexillum beati Martini"

Het vertrek van het bisschoppelijk leger vanuit Utrecht, nadat ze eerst een bezoek hebben gebracht aan de kerk van St. Maarten, gebeurt met veel pracht en praal. De bisschop verschijnt in volle wapenuitrusting en plaatst zich aan het hoofd van van de stoet. Ver in de omtrek van Utrecht hoort men het gekletter van de paarden en het gerammel van de ijzeren wapens. Het wordt een grote stoet van wagens met levensmiddelen en zware krijgsbehoeften, gade geslagen door de plaatselijke bevolking.
Om in Coevorden te moeten komen (het Oversticht), moest de bisschop en zijn leger, per schip de Eem afvaren en dan soms bij weer en wind de Zuiderzee oversteken naar Vollenhove. Dit dorp aan de Zuiderzee, werd door de bisschop Godfried van Rhenen in 1165 voorzien van een sterk kasteel, "het Oldehuis". Nadat zij daar van hun zeeziekte waren hersteld, konden ze hun weg over land vervolgen en verzamelden ze zich bij het kasteel Heekeren bij Goor een grote bepantserde en zwaar bewapend ridderleger. Graaf Gerard van Gelre stuurt een groot leger en Graaf Florens van Holland stuurt een groot aantal ridders. Graaf Dietrich van Kleef en Graaf Balduin van Bentheim bieden eveneens hulp aan, zo ook de Bisschop van Kln en de Bisschop van Munster. Bij Ommen trok de bisschop van Utrecht zijn legers samen en vervolgens volgden ze daarna de loop van de rivier de Vecht, stroomopwaarts richting Nyenstede (Hardenberg) en Bergene (Gramsbergen) richting Covordia (Coevorden), bij het buurtschap Ane bevondt zich een doorwaadbare plaats in de Vecht en richten ze een tentenkamp op. Tevens werden de voorraden en zwaar materieel (blijde e.d.) in rivieraken over het water richting Gramsbergen vervoerd, waar deze aken achterwaarts het rivierstrand op werden getrokken.

Trans_Isulanroute

Het stroomdal van de Vecht met de route die de bisschop heeft afgelegd.
(De rode lijn)
(De bisschop reisde in die tijd, altijd, over zijn eigen grondgebied en van het "Sticht" naar
het "Oversticht"
via de Zuiderzee naar Vollenhove, waarna hij meestal daar minstens
een dag ging uitrusten in zijn zijn kasteel "Oldehuijs"  die in 1168 is gereed gekomen.
In Ommen werden vervolgens de andere hulptroepen (ridders) verwelkomd
)
.

Nyenstede
Nyenstede (Herdenberg bestond in 1227 nog niet).

Dit is een kaart van Jacob van Deventer, circa 1560. Herdenberg gelegen aan Vidrius fluvius
Het ommuurde en met grachten omgeven kasteel op de berg, kreeg in 1362 stadsrechten.
Bisschop Johan van Arkel verlegde daartoe de rechten en vrijheden van Nyenstede naar
Herdenbergh (zie het gemeente archief Hardenberg)
Op deze afbeelding is het kasteeel "De Hofte" gelegen in het zuidoosten, reeds afgebroken.
Van de voormalige stad Nyenstede is de oude kapel op het thans nog bestaande kerkhof goed zichtbaar.
Ook het stratenpatroon van het dorpsgewijs bewoonde "open"stadje is heden ter dage nog herkenbaar.

In 1362 oorkonst Bisschop Johan van Arkel "dat wi...ene veste ghetimmert hebben ten Herdenberch".
en dat hij "alsulc vriheit ende statrecht als onse voervadere.... tot Nienstede ghegeven ende
gheleghet hebben," overgebracht naar de nieuwe stad Hardenberg, waarheen ook de parochiekerk
van Nijenstede zou worden verplaatst (Bijdr. Gesch. Ov. IV blz. 226.)

Aanvoerder van dit rijk uitgedoste leger werd heer Rudolph van Goor, een reus van een kerel en beschermvoogd van de Utrechtse kerk. Dit betekent, dat hij de vaandel met St. Martinus, de schutspatroon van Utrecht, mag dragen. Ook zijn broer Herbaren II doet mee. Hij weet uiteindelijk aan de slachting te ontkomen. Al die ridders in hun ijzeren harnas leken natuurlijk op elkaar. Het was dan ook moeilijk om tijdens een gevecht te onderscheiden wie bij wie hoorde en wie je in de pan moest hakken. De wapentekens dienden hierbij dan als een soort herkenningsteken. Deze wapentekens werden daarbij dan ook overal op aangebracht. Dit leger van de bisschop was daarom toen een zeer kleurrijk en indrukwekkend schouwspel. Velen van hen gebruikten hun kostbare malinkolder, pothelm en harnas. Ook veel van hun paarden kregen een harnas aan met daarover heen een wapenkleed (sjabrak). Men ging zo ten strijde met een lans, een zwaard en een schild. (Herauten kenden deze wapenschilden, zorgden voor de betalingen en invormeerden de strijdende partijen, wie wie was. Ook moesten ze de omgekomen strijders identificeren en begraven.) Deze wapenuitrustingen van de ridders, waren erg kostbaar en waren tijdens zo'n veldslag dan ook als buit erg gewild. Het gevangen nemen van de ridders was meestal het hoofddoel tijdens zo'n strijd, omdat ze veel geld opleverden. Er waren zelfs ridders die in die tijd hun brood verdienden met het gevangennemen van edellieden tijdens een veldslag. Daarnaast waren ze natuurlijk ook verwant aan elkaar en van dezelfde elitecultuur.

Een ridder zit in een stalen harnas geklemd te paard. De kleuren van de helmbossen en de figuren op het schild kenmerken hem. Vele hebben een kledingstuk (een handschoen of een sjaal) van hun dame (geliefde) aan de helmbos of lans bevestigd. Het ros is bekleed met een sjabrak in de ridderlijke kleuren. Minimaal twee schildknapen rennen mee en voeren het reservepaard aan de toom en ze dragen de extra lansen en zwaarden. Aangezien ze kriskras door het krijgsgewoel moeten rennen, is het gevaar dat de knapen sneuvelden niet gering. Onder de nauwe stalen helmen was het die dag ziedend heet, de ridders zien dan niet veel, door de stromen zweet en ze worden dorstig.


platbodem
Platbodem (rivieraak) op de Vecht met op de achtergrond een mottekasteel.
(achterwaarts werden deze schepen het "strand" opgetrokken)

Meestal sneuvelen er geen ridders in een veldslag, want daar ging het niet om, het ging om het vangen van gijzelaars, die dan op een tweewielig boerenkar naar een kasteel worden vervoerd.

Maar dit keer zou de strijd totaal anders verlopen, tot grote ontsteltenis en paniek van dit rijke uitgedoste protserige ridderleger van de bisschop Otto II van der Lippe van Utrecht.
Rudolf II van Coevorden beschrijft aan het Drentse boerenvolk wat hun echtgenoten en kinderen te wachten zou staan als de bisschop zou zegevieren en moedigt ze aan om de wapenen op te nemen.

Men herinnert zich natuurlijk de brandstichtingen, verkrachtingen, moorden, veediefstal en plunderingen van eerdere oorlogen. Maar toch ook wel bekende Drentse geslachten komen we tegen, Reinier die Leuve, Frederick van Anloe, Albert van Haren en Hendrick van Vlederinge. Zelfs vrouwen hadden een aandeel in deze veldslag. (Opvallend is, dat bij de gesneuvelden, geen vrouwen genoemd worden).


Omgeving veldslag
Het gebied tussen Ane en Coevorden

Rudolf II, die deze omgeving erg goed kent, wacht dit leger in Coevorden niet op, maar trok het tegemoet en verzamelt zijn legertje met het boerenvolk op een zandplaat, men zegt, ten westen van het erve “De Kleine Scheere” en te zuidoosten van de Esch van Holthonen. Voor hen licht een moerasgebied “de Mommenryte” (volgens dr. J. Picardt, G.J. Ter Kuile Sr. en J.H. De Goede) van ongeveer een halve mijl breed, begroeit en is alleen begaanbaar met lichte wapentuig. In de verte, richting Ane langs de kleine Vecht hoort men het gekletter en gerommel van het leger van de Bisschop. 

Dan valt de nacht in.

En dan is het 28 juli 1227

De volgende ochtend, 28 juli 1227, de dag van beschermheilige Sint Panthaleon, worden de ridders geholpen door hun 2 tot 4 schildknapen en trekken ze met veel moeite hun harnassen aan. De ridders worden door hun schildknapen in hun harnas gehesen en op hun paarden geholpen. Het zou die dag broeierig warm worden, waardoor het vechten in harnassen een zware klus zou gaan worden.
(De datering van deze strafexpeditie vormt nog hier en daar enige discussie, maar duidelijk is, dat uit oorkondemateriaal (O.S.U. II, 766 en 767) blijkt, dat bisschop Otto in juli 1227 nog in leven was)
Vervolgens heeft bisschop Otto II de heren van Coevorden en van Grasdorf, hun familie en zijn strijdgenoten inmiddels met veel tam tam in de ban gedaan en hun goederen verbeurd verklaard. Men kon elkaar blijkbaar woordelijk verstaan. Dit alles ook geldend voor iedereen die hem bij zal staan. Men gaat nog in gebed en kort daarna worden de vaandels ontrold en geheven.

De pausen en bisschoppen hadden in die tijd een wapen dat sterker was dan een leger of geld: de banvloek ! Wie door de kerk in de ban geslagen was, was melaats. Niemand mocht dan met je omgaan, geen geestelijke mocht zo iemand bijstaan, hij zal dus, verstoken van de sacramenten, regelrecht de hel instorten, waar niemand ooit van terugkomt ! Het is daarom des te opmerlijker dat de Drenten hier niet van onder de indruk waren.

Otto II banvloek
Sprak Otto plechtig de banvloek over Rudolf uit.

De bisschop geeft vervolgens het teken voor de aanval. Horens, pijpen, trompetten en trommels geven daarna voor iedereen het sein dat de aanval is begonnen “ die basunen blasen ende die bonghen slaen ”. In een grote groep begeeft het leger zich in de richting van het groepje ongeregeld van Burggraaf Rudolf II van Coeverden. Overtuigd van hun overmacht, stuurde Rudolph van Goor, er werd deze keer geen geregelde slaglinie gevormd, niet eerst het voetvolk richting de vijand. Rudolf II wachtte de aanval echter rustig af. Hij maakte zelfs een terugtrekkende beweging, om de vijand verder het moeras in te lokken. (Er staat zelfs ergens geschreven, dat Rudolf II een list had bedacht, door vrouwen in witte gewaden op merries die hinnikten naar hun jonge veulens door de struiken te laten lopen, waardoor de ridders dachten, dat Rudolf II ook een groot leger had samengesteld. Om die reden, keerden er zelfs al een aantal ridders van het leger van de bisschop rechtsomkeert.) Toen Rudolf II zag, dat de voorste ridders met hun paarden en knapen vast kwamen te zitten in het moeras en probeerden zich terug te trekken, ging hij tot de aanval over, met het veel lichter bewapende leger en plaatselijk veel beter bekende volgelingen van Coevorden. Eerst met pijlen en daarna met zwaarden, hellebaarden, strijdvlegels, goedendagen, morgensterren, pieken, bijlen en speren valt men het leger van de bisschop aan. De strijd wordt heel erg zwaar. Het hele leger van de bisschop raakt in totale verwarring. De bevelen worden niet meer gehoord, door het over en weer geschreeuw, van de aanvallers, het gehinnik van de paarden, het gekerm van de gewonden en het geschreeuw van de schildknapen, die natuurlijk nog het een en ander probeerden te redden wat er te redden viel. Voor het trommelen en het blazen van de trompetten heeft men geen tijd meer. Iedereen van het leger van de bisschop is voor zichzelf bezig om te overleven en om te proberen te vluchten. Het lang gestrekte leger van de bisschop op zo'n smal zandpad kon zich daar niet ontplooien en was aan het gevreesde flankerende vuur blootgesteld. De zwakte van het Stichtse leger zal ook geweest zijn, vanwege het ontbreken van voldoende eigen boogschutters; daar men hier minstens een paar duizend van nodig had moet hebben. Verraad over de taktiek van het boerenleger van Rudolf II moet er niet geweest zijn, gezien de aanwezigheid van de heer van Ane, die aan de kant stond van de bisschop. Deze man moet van zijn kinderjaren af met de terreinmoeilijkheden bekend zijn geweest.

slag bij Ane Rijksmuseum

De slag bij Ane, afgebeeld op een schilderij (origineel) uit 1662 die zich bevindt in het Rijksmuseum.
(Er bestaan 2 verschillende gelijkwaardige versies van dit tafereel)
(Klik op de afbeelding om de prent te zien op de site van het Rijksmuseum)

(Deze ets kunt u tot in detail vergroten en downloaden)

Aan vechten wordt niet meer gedacht. Velen zijn door het gewicht van hun malinkolder al vast komen te zitten in het moeras of zijn gestikt, vertrapt door hun zenuwachtig wordende paarden, verdrinken (in een zware malinkolder kom je niet zelf overeind) of zelfs onder de voet gelopen. De vluchtenden, die nog niet vast zaten in het moeras, proberen zich te ontdoen van hun zware wapenuitrusting. Deze worden door de aanstormende Drentse boeren opgeraapt om de vluchtende edellieden ermee dood te slaan. Het leger van de bisschop is nu totaal gedesorinteerd en er ontstond een vreselijke paniek en chaos. Doch de Drenten zijn niet tevreden met deze makkelijke overwinning. Dronken van woede en enthousiasme wordt deze hele lange warme zomerdag gebruikt om alles en iedereen van het leger van de bisschop te vermoorden.
Daarbij worden heel weinig edellieden gevangen genomen. De bisschop van Utrecht is nergens te bekennen, ondanks zijn opvallende wapentuig. Men weet niet of hij dood of gevlucht is. Jan van Arkel ligt zwaar gewond in de modder en wordt uiteindelijk met stokken en knuppels dood geslagen. De Graaf Berent van Horstmar, beroemd in heel Europa vanwege zijn zegetochten en Europese diplomatie, bevindt zich ook nog levend in het moeras, ondanks zijn leeftijd (67 jaar), verdedigt hij zich zeer moedig, staand op zijn wapenschild (volgens zeggen) om niet weg te zakken in het moeras.

Bernhard Horstmar
Graaf Berend van Horstmar dapper strijdend tegen zijn belagers.
Schilderij van Anton Frederik Zrcher in het "gemeentehuis" te Gramsbergen

(klik op de afbeelding voor meer info over Bernhard II, Edelherr von Horstmar)

De beroemde Saraceense generaal Saldin prees de moed van deze
Duitse Kruisvaarder, die de 3e Kruistocht zou overleven. Hij heeft
meegedaan aan de moeizame overgave van de stad Akko aan de
Kruisvaarders in 1191, die in de zomer geholpen werden door
Filips II koning van Frankrijk en Richard Leeuwenhart,
koning van Engeland.

Op 27-7-1214 redde Berend van Horstmar het leven van Keizer Otto IV bij de slag van Bouvines.

Veel van zijn vijanden slaat hij dood of zwaar gewond tegen de grond. Uiteindelijk, terwijl al zijn medestanders al lang gedood of gewond zijn, kan hij alleen geen stand meer houden en wordt hij door een boer met een speer, zijn zwaard uit handen geslagen. Vervolgens wordt hij met zijn eigen zwaard zijn hoofd afgehakt.
Deze dood zal uiteindelijk meer indruk maken dan de dood van de bisschop. Waar Bernhard "De Goede" van Horstmar, begraven ligt, is niet bekend. Duitse geschiedschrijvers vertellen dat het Zwartewaterklooster moet zijn geweest, maar geloofwaardiger zou het in de Duitse plaats Hortsmar moeten zijn. In de kerk van Horstmar bevond zich vroeger een grote muurschildering, met Bernhard te paard (zie elders) en met de tekst:

"Annis bis denis septenis mille ducenis
Ad vada vaccina patuit miseranda ruina
Bernard Tyronis in festo Pantaleonis"

"Dit was de beste in sinen dagen,
Dat horet man von heiden und christen sagen
Ick will ein nennen up den port
Vor Covort ward er ermord"

(Gegevens uit een artikel van Julius von Ficker "Herr Bernhard von Horstmar" d.d. 1853)

         In 1471 schreef monnik Werner Rolevinck over Bernhard, dat er op de muur van het kerkkoor in
                  Westphalorum (Horstmar) de tekst stond:
"Dat wylt heyden ind kersten sagen, dat dyt weer eyn die beste by synen dagen."

(Maar zelfs over de oorspronkelijke graftekst zijn de meningen verdeeld).

Bernhard von Horstmar

(een publicatie van Julius von Ficker uit 1853).

      Anderen zeggen, dat het lichaam door zijn zoon Otto landvorst en graaf van Horstmar opgeist is.
Veel lijken zijn overigens elders begraven. Een aantal zijn in het moeras achter gebleven.
   Ook zijn er een aantal begraven in Gramsbergen, maar van
139 lijken wordt aangenomen,
  dat deze begraven zijn in een rivierduin bij
Zwartewatersklooster. In het boekje van
  
Een cronike van den greven van Benthem” staat op blz. 59 een lijst met namen van
deze overledenen. Letterlijk staat er:

       Hee sunt nomina occisorum in diversis Iocis Drenthie, quorum corpora sepulta sunt in monasterio
          ad nigram aquam”
.
Ofwel,
      "dit zijn de namen van de in Drenthe gevallenen en waarvan hun lichamen zijn begraven bij het
         klooster van het Zwarte water".


Bernhard
Dit moet de afbeelding van Bernhard zijn die in 1382 in steen
is gehouwen
in een huisgevel te Horstmar

steen Bernhard
tekst Julius von Ficker (1853)

Nadat 's middags bijna iedereen verdronken, gedood of op de vlucht is geslagen, gaat Rudolf II van Coevorden, samen met zijn broers Frederik en Godfried en Menzo en Hendrik van Grevensdorp de vluchtenden, tot ver in de avond en nacht, nog achterna. Velen worden zo nog gedood en worden kostbare goederen, tenten en wapenuitrusting buitgemaakt.

De volgende dag, werd veel wapentuig op het slagveld verzameld, maar ook werd er nog gezocht naar de bisschop van Utrecht. Tevergeefs had men hem op het slagveld kunnen vinden. Uiteindelijk werd hij zwaar verminkt, half verzonken, in het geheim, in een turfkuil teruggevonden. De bebloede schilden (met daarop de familiewapens) hingen later aan de muren van Groningen.

(Op heel veel oude kaarten kan men een zekere “Bisschopskolk” terugvinden. Velen menen dat, dit de plek geweest is, waar men de bisschop heeft teruggevonden. Niet wetende waar men mee bezig was, is heel spijtig deze kolk in 1959 gedempt. Herman Slatman kwam toen persoonlijk verhaal halen bij de kolk, toen men er mee bezig was om deze te dempen. Het is echter een kolk die ontstaan is bij een latere dijkdoorbraak).


Bisschop Otto II
Bisschop Otto II von der Lippe na zijn onderhuidse scheerbeurt.

In blinde woede heeft men zelfs het hoofdhuid van zijn gezicht getrokken. Ook werden de lijken van Herbert en Johan van Arkel gevonden. Graaf Gerhard V (van Gelre) raakt slechts in gevangenschap. Dat heeft hij te danken aan zijn betoonde vriendschap in een oorlog van 2 jaar eerder, wat men niet was vergeten. Gijsbert van Amstel werden al eerder zwaar gewond gevangen genomen.

Locatie slagveld kaart uit 1835

De exacte locatie van de veldslag  is al jaren een onderwerp van
discussie, maar er zijn zeer aannemelijke argumenten, die doen veronderstellen,
dat waarschijnlijk de slag heeft plaastgevonden ten zuiden van Holthone

in het gebied wat de "Mommenryte" wordt genoemd.


Mommeryte
Het gebied "De Mommenryte" waar de veldslag volgens dhr. Slatman heeft plaatsgevonden.

Het verhaal gaat over een brief uit 1842, geschreven door de toenmalige burgemeester
van Gramsbergen, die daarin schrijft over "De Mommeryte" in sectie C met de nummers
188 en 189. Deze brief, die Herman Slatman heeft gelezen, is in het bezit van Illy van Voerst van Lynden,
het geslacht dat heeft gewoond op het landgoed "De Groote Scheere" in Holthone.

Een andere mogelijke locatie ligt meer richting Coevorden.
Nabij het landgoed "De Groote Scheere"
Op die locatie hebben amateur-historici (SAM) in augustus 1989 uitgebreid met metaaldetectoren gezocht naar voorwerpen. Slechts musketkogels en een gesp uit de 16e eeuw werd er toen gevonden.

Een jaar later, op zaterdag 28 juli 1990 maakt Be Hoeksema, voorzitter van de Stichting Archeologie en Monumenten (SAM) op de 30e bijeenkomst van de vereniging Herdenking Slag bij Ane, bekend dat er een locatie gevonden is van het voormalige klooster in de nabijheid van Coevorden. Het zou moeten liggen tussen het industrieterrein van Coevorden en het verderop gelegen tankstation aan de Rijksweg N34. ( De laagte tussen het landgoed "De Groote Scheere" en Coevorden). Men wil daar grond- en bodemonderzoek en boringen gaan uitvoeren. "We hopen dan ook daadwerkelijk de fundamenten van het oude klooster bloot te kunnen leggen", aldus Be Hoeksema.

Daarna is niets meer vernomen ten aanzien van deze plannen en de resultaten van dit geplande onderzoek.  Bron: NvhN 30-7-1990

NvhN locatie Coevordern
(NvhN 30-7-1990)

Zelfs een paragnost (Chris Zoet) en wichelroedeloper (Theo Dijkstra) heeft men er voor van stal gehaald.
Om zo de "oude bloed stromen" te kunnen vinden.

Op een filmpje (22-11-2000) op internet van RTV-Oost kunt u deze heren aan het werk zien en
Roel Reijntjes draagt er zijn gedicht voor "Balade v.d. Slag bij Ane".
Klik hier voor de site.

Het Slagveld

Reconstructiekaartjes van de slag bij Ane.

In de jaren 40 van de vorige eeuw, werden er op deze locatie bij de Kleine Vecht,
opmerkelijke vondsten gedaan, waaronder een fragment van een harnas,
een vergulde ridderspoor, een onderdeel van een lans, en een stijgbeugel.
De rode sterren markeren de mogelijke plaats van de vondsten.

De rode lijnen geven de route aan die het leger van de bisschop misschien heeft gevolgd (Scheerseweg).
Geel zijn de hogere locaties waar de manschappen van Rudolf II zich misschien ophielden.
Donkergroen (linker plaatje) is waarschijnlijk de plaats van het kamp van de Bisschop.

J.R. Beuker
(verbonden aan het Provinciaal Museum van Drenthe)
heeft een interessant artikel geschreven met als titel;
"Vondsten en plaats van de slag bij Ane"

De plek aangegeven door Overdiep wordt niet onderbouwt en is ongeloofwaardig.
Het verhaal in de Narracio is onbetrouwbaar en is een gekleurde beschrijving.

Het verhaal van de Coevorder predikant Piccardt (1660) werd 430 jaar later geschreven en
wordt niet objectief en solide bevonden, evenzo niet die van J.S. Magnin (1835-1846).

Volgens Beuker moet de slag plaatsgevonden hebben bij de vindplaatsen van het materiaal.
Zie de locatie aangegeven door bureau RAAP.


Ook Anne Post (Norg) heeft zich verdiept in de mogelijke locatie van deze veldslag.
Zijn bevindingen ziet u terug op zijn onderstaand 2 recontstructiekaartjes.

locatie volgens Anne Post
Zie ook de uitleg van Anne Post op zijn site.
http://www.dorpshistorie.nl/De%20slag%20bij%20Ane.pdf


Een overzicht van alle mogelijke locaties.


Locaties van -Overdiep, -Post, -RAAP, -Slatman en -Weide
(zie de uitleg van Aart v.d. Weide op Google+)


Ze werden overgebracht naar kasteel van Coevorden. Op 1 oktober 1227 (2 maanden later) beval Hendrick VII van Hohenstaufen (1220-1235), een roomse koning, de gevangen vrij te laten. Vermoedelijk is hier sprake geweest van losgeld. Op hun belofte, dat ze later terug zouden komen, als dat aan hen gevraagd zou worden, zijn ze door Rudolf II toen vrijgelaten. Later zouden ze hun verwondingen in de kapittelzaal van de kerk te Utrecht aan de kerkgemeente laten zien. Met hun handen ten hemel geheven jammerden, kermden, huilden en smeekten ze om wraak en gaven ze de raad om heer Wilbrand te kiezen als hun nieuwe bisschop van Utrecht. Dit hele proces, van het kiezen van een nieuwe bisschop, nam overigens een jaar in beslag. Maar ook Diederick, Proost van Deventer en broeder van de bisschop, was gevangen genomen, doch hij was zodanig aan zijn hoofd gewond, dat hij enkele dagen later daaraan is overleden. Hij werd begraven in Deventer.

Willebrand01
Willebrand02
    Deze voorstelling is niet geheel volgens de werkelijkheid.         Een juistere weergave van de werkelijkheid.

Graaf Gerard V (van Gelre) en Gijbert van Amstel werden half dood en zwaar gewond
op een "rosbaar" getoond aan de aanwezigen, de bisschop moest nog gekozen worden.
Twee jaar later (1229) sterft Gerard V alsnog aan zijn verwondingen.
Hij ligt samen met zijn vrouw Margaretha van Brabant begraven in de O.L. Vrouwe Munsterkerk te Roermond.

Willebrand03

 "Eenstemmig kozen de kapittelheren heer Wilbrand van Oldenburg, de bisschop van Paderborn,
die niet slechts in geestelijke zaken maar ook in krijgsvoering bedreven was, tot bisschop.
Na in Rome de pauzelijke zegen te hebben ontvangen kwam hij in augustus 1228 in Utrecht aan."
Tekst: Dr. G. Overdiep (blz 35)


Willebrand04

Afbeelding uit het Utrechts Archief
L.Falk & Ch. Rochussen
Met hun handen ten hemel geheven en liggend op een "rosbaar" jammerden, kermden,
huilden en smeekten ze om Wilbrand van Oldenburg te kiezen als hun nieuwe bisschop.

Ontslaan van belofte

In deze oorkonde staat, dat Gijsbert van Amstel niet terug hoeft naar Coevorden.   (c) GRY


Bisschop Otto II werd met alle eer en plechtigheid begraven in de domkerk van Utrecht, naast het graf van zijn oom Bisschop Diederik. 

De nieuwe bisschop van Utrecht, Wilbrand van Paderborn, een naaste bloedverwant (neef) van graaf Gerard V van Gelre en van graaf van Holland, deed graaf Rudolf II niet alleen in de ban, voor de zoveelste keer, maar hij trok ook tegen hem ten strijde. Zo belegerde de Bisschop, Coevorden in oktober 1228, door met zes legers langs zes passen Drenthe binnen te vallen. (Een leger uit Salland trok bij Ommen door het veen  en begon tot Ruinen verwoestingen aan te richten, een ander leger uit Twenthe plunderde Emmen  en staken daar de hele boel in brand, prefect Egbert trok met hulptroepen vanuit Groningen naar het zuiden en werd er slag geleverd bij Mitspete, de Friezen uit Westergo trokken bij Bakkeveen ook het landschap binnen en een ander leger uit Friesland trok bij Staveren Drenthe ook binnen. Daarom was hij wel genoodzaakt om zich op 10 oktober 1228 bij het krieken van de dag, onder enkele voorwaarden, zich over te geven. Rudolf stond aan de bisschop twee kastelen af, te weten het kasteel te Laar (tussen Gramsbergen en Emblicheim) welke direct werd gesloopt en het kasteel van Coevorden met alles wat erbij hoorde, plus het schoutambt van Drenthe. Ook moest hij o.a. een klooster stichten op de plaats waar Otto van der Lippe was gesneuveld en een benedictinessenklooster voor 25 nonnen te ZwarteWatersklooster die de daar dan elke dag zouden kunnen bidden voor de aldaar begraven ridders.

6 condities

De zes condities waar burggraaf Rudolf II van Coevorden aan moest voldoen.
===

Volgens Johan Picardt in zijn "Cronijck der Landschap Drenth" 1660
Merk op, dat hij het hier heeft over het stichten van 2 kloosters !

Men kan zich afvragen, of het stichten van een klooster bij het slagveld, zoals Wilbrand dat eiste, wel op deze wijze heeft plaats gevonden. De geschiedenis vertelt ons, dat het nonnenklooster bij het slagveld, daar verrees tussen 1234 en 1246. In 1246 werd dit klooster in de Cistercinzer orde opgenomen als een dochterklooster van de abdij Aduard. Echter de plek bij het slagveld beviel niet en in 1253 verzocht de abdis om het te verplaasten, vanwege de armoedige omstandigheden en muggenplagen. Vijf jaar later werd met de bouw van de nieuwe kloostergebouwen en in 1260-1261 verhuisde de kloostergemeenschap naar de "marke van Witten" in de parochie Rolde, naar een plek die "Hassen" (later Assen) werd genoemd. (In feite is er dus sprake van het stichten van 2 kloosters. Een bij het slagveld en een bij het ridder kerkhof te Zwartewatersklooster -'t Olde Karkhof-) Maar of het klooster ook werkelijk op de plaats van het slagveld is gebouwd, zegt de tekst namenlijk niet; nog minder dat het later verplaatst zou zijn. In de oorkonde over de stichting van een klooster te Zwartewater zegt Wilbrand trouwens helemaal niets. Of was dit juist de reden, waarom het allemaal wat langer heeft geduurd ? Is het wel allemaal zo gebeurd als de schrijver het voorstelt ? En voor een verplaatsing van het klooster van Hardenberg naar de omgeving van Hasselt zijn geen aanwijzingen voorhanden. Ook lag dit Marinberg ("Mons sancte Marie" een vreemde naam voor een klooster in een poldergebied) (De naam Marinberg werd overigens in die tijd voor meer kloosters gebruikt) niet op de plaats van de nederlaag, zoals de overeenkomst voor het klooster voorzien was. Maar goed, in elk geval stond het klooster elf jaar na Willebrands stichting, in 1244, reeds op de plaats waar het historisch nu bekend is, te ZwarteWatersklooster, inclusief het kerkhof met mogelijk de gevallen ridders. (Mons. S Marie prope Hasselt in Zallandia ) Tientallen gepekelde lijken zouden via de Vecht, op platbodems, naar ZwarteWatersklooster gebracht zijn, om daar in een zandduin te worden begraven. (Dat lijken in die tijd gepekeld werden, weten we van het feit, dat het lijk van Graaf Floris IV ook gepekeld van Corbie naar Middelburg is gebracht. Zie Rijmkroniek Melis Stoke). Maar ook een aantal moeten er begraven zijn in Gramsbergen. De feiten over dit klooster zullen wel plaatsgevonden hebben zoals ze in het stichtingsoorkonde vermeld staan. Deze oorkonde kent twee redacties, een korte en een lange, beide van 21-07-1233. Het origineel ligt (zonder zegel) in het rijksarchief te Zwolle. Opmerkelijk is wel, dat het niet ter plaatse is opgesteld, maar in Deventer. Zelfs de bisschop is niet aanwezig geweest, maar een "wijbisschop" Herman van Leal of Dopart heeft de kerkwijding verricht. Blijkbaar is het stuk achteraf opgesteld.

In die tijd had elk klooster zijn eigen naam. Zo bestond er een klooster Marinweerd, Marinhorst.
Het klooster bij het slagveld kreeg de naam Mar
inkamp en het klooster bij Hasselt de naam Marinberg "Monte Marie" (te Zwartewatersklooster)

Oorkonde verkorte weergave
Oorkonde van het sticht Utrecht (OBU) verkorte weergave    (c) GRY

Oorkonde uitgebreide weergave

Oorkonde (gedeelte) van het sticht Utrecht (OBU) v.d. uitgebreide weergave  (c) GRY



kerkhof Zwartewatersklooster
ZwarteWatersklooster
kaart uit 1856

De aanduiding kerkhof op het kaartje betreft het "nieuwe" kerkhof.
De ridders zouden begraven liggen in het z.g. "'t Olde Karkhof",
op 800 meter iets ten Noord-Westen van Zwartewatersklooster. In de
buurt van de letter
N van de tekst "Nieuwe kamp", ligt het 't olde karkhof.
Naast dit kerkhof in een naast gelegen weiland, heeft een team experts uit Eindhoven
met grondradarappartuur contouren waargenomen van waarschijnlijk een "memorieklooster".
Verder zouden er twee grafstenen daar rond 1950 nog in de berm gelegen hebben
van een daar nog altijd aanwezige kolk. Overigens had het klooster ook nog
een eigen klooster-kerkhof, waar leden van het klooster begraven konden worden.


Ridders

Het mysterie van het Zwartewatersklooster
Klik op foto voor Youtube filmpje

Op 29 juli 2016 is er met een grondradar gezocht naar de begraven ridders in Zwartewatersklooster.
Zie hier een verslag op de site van RtvOost.

Maar hoe ging het verder ?

De bisschop heeft nadat hij gezien had, dat alles (1244) goed geregeld was, de zes roemruchte legers onder veel dankbetuigingen ontbonden. De bisschop maakte toen een rondreis door Friesland en werd tenslotte ontvangen door de Groningers. Aan het eind van deze tocht kwam de bisschop terug in Coevorden, om daarna in grote tevredenheid terug te keren naar Utrecht.

Maar het gedrag van Rudolf II kennende, verbrak deze de belofte en zodra de bisschop was vertrokken, had hij het veroverde kasteel van Coevorden terug op 30 augustus 1229. Rudolf, de enige man die misschien in staat zou zijn geweest om van Drenthe een onafhankelijk graafschap te maken, in plaats van een eeuwenlange arena en een plunderplaats voor zijn naburen.
Overigens had de bisschop het kasteel versterkt met wapens, kruisbogen, boogschutters, veel proviand, ridders en wapenknechten. Via een list werd het kasteel door Rudolf II terug veroverd.

mottekasteel

Mottekasteel (Coevorden) "chateau a motte"
"De Waterburght" te Eelde
"Mitspete" bij Glimmen (Groningen)
Een soort primitieve schans uit de vroege middeleeuwen

---->>>  Klik op foto voor 3D videofilmpje <<<----

Op 28 oktober 1229 trok Wilbrand opnieuw ten strijde tegen Rudolf II. Hij verzamelt zijn ridders en slaat bij Nyenstede weer zijn kamp op. Daar richtte hij toen ook de versterking Hardenberg op, ter bescherming en ter verdediging van het bisdom bij de IJssel en begint deze met poorten en planken die hij van kasteel Schuilenburg (kasteel aan de Regge bij Hellendoorn) heeft meegenomen te versterken. Bisschop Willebrand wachtte rustig af, totdat in de winter alles bevroren zou zijn en hij zo gemakkelijk Coevorden kon innemen. Hij zou het gaan proberen met 2 stormrammen een blijde en een houten belegeringstoren.

stormram
stormram
belegerings toren
belegeringstoren
blijde
"catapulla"

Doch weer sloeg het noodlot toe. Alle inspanningen waren voor niets geweest. De dooi trad plotseling in en zwaar terneergeslagen vertrok de bisschop richting Groningen, waar hij de kersttijd doorbracht. (Blijden, 2 stormrammen en een houten belegeringstoren zijn daarbij toen door het ijs gezakt.)
Het gebied van de Drenten leed verschrikkelijk en ten slotte verloren ze, maar wat gebeurde er eigenlijk in die tussentijd ?

Friese abten werden ingeschakeld om een afspraak te regelen voor het kunnen sluiten van een vrede. De Coevordenaren hebben alles op hun erewoord beloofd, maar ook deze afspraak werd gebroken. In de kroniek van “Narracio” staat het als volgt genoteerd,

Et, ut multa breviter concludamus, Covordenses ad antiquum vomitum reversi ...

"En om een lang verhaal kort te maken, de Coevordenaren zijn tot hun oude braaksel teruggekeerd …"

De Drenten en de Coevordenaren waren trouweloze eedbrekers en werden terstond gexcommuniceerd. Rudolf II trok met een leger naar Steenwijk, Vollenhove en Giethoorn. De bisschop trok manhaftig vanuit Zwolle naar dit leger in dit gebied. Enkele onderhandelaars konden toen gelukkig een wapenstilstand van 15 dagen regelen, in de hoop een nieuwe overeenkomst te kunnen sluiten.

De moordpartij op Rudolf II

De bisschop heeft kunnen regelen, dat Rudolf die per schip naar het kasteel in Hardenberg was gekomen, slechts vergezeld van een dienaar en zijn vriend, Hendrik van Grasdorf (van Peize), om te praten over een toekomstige vrede en het verdrag. De bisschop was redelijk verrast, door deze brutaliteit van Rudolf. Hij vertrouwde op de naleving van de gesloten wapenstilstand.
Een uit de hand gelopen ruzie met parochianen van de kerk van Nynestede, die Hendrik van Grasdorf had bezocht, monde uit in een vechtpartij met de soldaten van het kasteel van Hardenberg. Hendrik werd zwaar gewond naar het kasteel gebracht. Het volk kreeg er lucht van en riep op om die twee heren te doden. De bisschop kon de twee heren tegen dit gepeupel niet verdedigen. De kamer van de bisschop, waar Rudolf zich verborgen hield, werd opengebroken en de muren ingeslagen. Een week lang werden Rudolf en Hendrik door het gepeupel gevangen gehouden, waarna ze ter aanschouwen van vele edelen, zowel hoog als laag, bij Nyenstede werden geradbraakt. Menso van Grasdorf (van Peize), de vader van Hendrik was daarbij het derde slachtoffer.


Het Radbraken
radbraken


radbraken te Hardenberg

  De moordpartij te Hardenberg (tin-museum te Ommen)

Deze moordpartij op 25 juli 1230 (St. Jacobsdag) van deze drie heren werd de bisschop in de schoenen geschoven, maar dit heeft hij regelmatig afdoende kunnen weerspreken.

Meteen daarop wordt de oorlog hervat. De bisschop roept de Friezen te hulp, die al als kruisvaarders klaar staan om te helpen. De strijd moest plaatsvinden in Bakkeveen. In die tijd waren het Friese Bakkeveen, Coevorden- "De poort van Drenthe"- en Groningen sterke natuurlijke barrieres. Zelfs tijdens zomerse droogte was een veldtocht door de stinkende moerassen (steekmuggen) buitengewoon zwaar.
Zelfs legers uit Twente, bij Ommen en Vollenhove stonden klaar voor de strijd. Doch toen bleek, dat de slag bij Bakkeveen voor de bisschop weer verloren was, trokken deze drie legers zonder strijd te leveren, huiswaarts. Overgeleverd in de moerassen aan de genade van de ongenaakbare rebellen, zonk de strijders vaak de moed in de schoenen. Zowel bij de Stichtse adel als de Friese bondgenoten zou het leiden tot inertie en doffe wanhoop. Een regenbui was hiervoor vaak al voldoende. De slag bij Bakkeveen vond plaats op 19 oktober 1231. Groningen verkeerde in opperste wanhoop, gezien zo'n onoverwinnelijk leger als de Drenthen op de been konden brengen en dan ook nog met wapentuig welke ze in 1227 hadden buitgemaakt. Op 2 februari 1232 ging men op bevroren grond nogmaals ten strijde. De Drenthen vreesden dat ze dit nu niet zouden kunnen winnen, kozen eieren voor hun geld en werd er tot een overeenkomst gekomen.
Afgesproken werd, dat de bisschop in alle rust Hardenberg kon bezitten en Coevorden moest in leen gegeven worden aan Frederik. Verder moest de bisschop geheel Drenthe (Oversticht) in alle opzichten zijn heerschappij kunnen uitoefenen. Ook moest men een vergoeding van 10000 Groningse ponden betalen. Aldus afgesproken op 23 februari 1232. Al met al ondernam bisschop Willebrand vijf pogingen om de opstandige Drenthen te bedwingen. Zo werd er omstreeks 1232 een Bisschopsdijk aangelegd, om daarmee Coevorden onder water te kunnen zetten. Deze poging lukte bijna maar door een storm, brak deze dijk door in de buurt bij "de Meene" (erven Gieljan en Beenen). Vanuit tactisch en militair oogpunt bezien moesten de bisschoppen deze strafexpedities keer op keer met nederlagen bekopen. (Misschien is toen in die tijd de Bisschopskolk ook ontstaan). De militaire strategie die al in 1227 tot rampzalige uitkomsten had geleid, werd nooit verlaten. Deceptie volgde op deceptie. Jaar in. jaar uit werden de Stichtse legers gescheiden van elkaar, het desolate gebied ingestuurd. Er was geen enkele coordinatie van betekenis. Overgeleverd in de moerassen aan de genade van de ongenaakbare rebellen, zonk de troepen vaak de moed in de schoenen. Na jarenlange strijd waren de Stichtse edelen geheel en hun Friese bondgenoten gedeeltelijk gedemoraliseerd. Voor hen hoefde het in 1232 niet meer.

Rudolf II liet slechts een dochter na (Euphernia), die met een Gelderse edelman, Hendrik II van Borculo huwde en onder wiens aanvoering de Drenten nog menige overwinningen op hun vijanden behaalden. Na de dood van Hendrik II van Borculo hertrouwde Euphernia met graaf Herman van Loon (Graafschap Lohn). In 1402 werd er afstand gedaan van de rechten op Coevorden en zo kreeg Coevorden op 31 december 1407 stadsrechten.

Bisschop Wilbrand stierf (aan een ongenezelijke ziekte) in 1233 te Zwolle en werd opgevolgd door Otto III van Holland. Die opnieuw probeert de Drenten te bedwingen en tot hun plicht te roepen. De Drenten hadden geen zin meer in steeds maar weer ten strijde te trekken en gingen onderhandelen met de bisschop. Er moest o.a. een klooster gesticht worden in de buurt van Ane en de Drenten zouden jaarlijks zorgen voor rentes en inkomen. De gekozen plek bij Weijerswold bleek achteraf totaal niet geschikt te zijn voor een klooster en daarom werd dit klooster verplaatst naar Duurse bij Rolde. Ook die plek voldeed niet en zo werd uiteindelijk de hele boel via Rolde  uiteindelijk verplaatst naar Assen. In 1259 is dit klooster voltooid. We hebben het hier dus over het klooster Marinkamp.

Oorkonde verhuizing klooster
Oorkonde (gedeeltelijk) van het Sticht Utrecht (OBU) verhuizing klooster Mari
nkamp naar Rolde.
(later naar Assen)       (c) GRY

In mei 1244, zeventien jaar na de nederlaag bij Ane, lijkt eindelijk de rust in Drenthe te zijn weergekeerd en stelde Otto III van Holland, opvolger van Willebrand (1233-1249, tot 1245 elect), een jaargetijde in ter nagedachtenis aan de omgekomen Utrechtse ridders en knapen. Voor de fundatie van de jaargetijden schonk hij een goed te Stegeren bij Ommen aan het convent Marienburg, waar het jaargetijde zou worden gelezen of gezongen voor Otto II en zijn bij Ane omgekomen en bij het klooster van Zwartewatersklooster begraven mannen, alsook voor bisschop Willebrand.

Maar alle rust was in feite schijn. In 1238 overleed namelijk Egbert van Groningen. Hij liet 3 zonen na. Deze werden hevig vervolgd door de Gelkingen. De ridders van Eelde, van Norg en van Peize beschermden deze 3 zonen. In 1241 werd er voortdurend gestreden, De huizen van de drie genoemde ridders werden in Groningen gesloopt en de stad ging bijna geheel in vlammen op.  Kasteel Groenenberg aan de Hunze werd in de brand gestoken en ook de "versterkte" huizen van de drie ridders. Zij werden verbannen naar Kampen. Deze twisten waren zelfs in 1248 nog niet ten einde. Zo mishandelden de Gelkingen in 1250 de Groenenbergsche Ommelanders op de jaarmarkt te Groningen. In 1252 werden de Gelkingen uiteindelijk verslagen en Rudolf van Peize werd gevangen genomen en naar Appingedam gebracht.

Men kan stellen, dat door het na te laten om dwangburchten te bouwen en daarbij een inlijvingspolitiek te hanteren, die werd gevoerd met excommunicaties en het nemen van gijzelaars en geen enkele privileges te verstrekken aan de bevolking, waren ze niet in staat geweest hun schaarse militaire overwinningen veilig te stellen.

Nawoord van de schrijver:
Gek genoeg staat deze veldslag in geen enkel modern geschiedenisboekje vermeld. De provinciestad Assen, die ontstaan is als direct gevolg van deze veldslag, kent geen herdenkingsmogelijkheid van deze voor haar stad belangrijke historische gebeurtenis. Verder is er nooit echt een serieus onderzoek gedaan naar de locatie van de veldslag en of de slachtoffers inderdaad ooit begraven zijn in Zwartewatersklooster. Onbegrijpelijk is er dwars door de mogelijke locatie van deze veldslag een provinciale weg aangelegd (N34), het veen is er afgegraven, ijzeroer is er van het slagveld afgegraven en een historische kolk is gedempt (Bisschopskolk) doordat een toenmalige burgemeester, tijdens zijn ambtsperiode, deze gebeurtenis totaal was vergeten.

Het is niet te bevatten, waarom deze belangrijke landelijke geschiedenis niet wat meer serieus genomen wordt.
Overigens hebben wij als natie toch al niet zo'n hoog historisch cultuurbesef.
Zo zijn tasbare overblijfselen uit de tijd van voor en na de 80 jarige oorlog in Nederland amper te vinden.
Het waren burgeroorlogen waar de orthodox-calvinistische minderheid uit die tijd als grote winnaar uit tevoorschijn zou komen en dit leverde natuurlijk bij de andere R.K. volksdelen steeds meer ergernis op.

De Bisschopskolk (Woagkolk) kan ook ontstaan zijn, nadat een dijk (hersteld rond 1673 door de Bisschop van Munster) weer door een storm was doorgebroken. Deze historische dijk liep van de hooggelegen gebieden Holtheme via De Meene naar Holthone. Deze dijk kon het water van de Vecht zover opstuwen, dat Coevorden ermee onder water kon worden gezet.

dijkdoorbraak 1673

" hoedanig den Dyck, die door orde vanden bisschop van Munster ... door... de
Vecht ... was geleijt, om de stercke Stadt Coeverden, door 't ophouden van den
 water, te doen verdrincken, op de eersten October, Ao 1673, is door gebroken ..
Desen Dyck was meer dan 2,5 uur gaans lang ... "

(Romein de Hooghe)

De reeds in 1232 aangelegde dijk door bisschop Wilbrand van Oldenburg,
om op deze manier Coevorden onder water te zetten, breekt door en in mei 1673
wordt deze dijk opnieuw aangelegd en breekt opnieuw door op 10-10-1673.
Reeds eerder is op last van Prins Maurits deze dijk ten dele geslecht.



Enkele jaartallen:

1192 – 1230 Rudolf II van Coevorden 

1223    Terugkomst Otto II uit Palestina
1225    Vete tussen Rudolf II Castelein van Coevorden en Egbert Amptman van Groningen
1226    Einde van een twist tussen Holland en Gelderland om het gebied Sallant.
1215 – 1227 Bisschop Otto II
(XXXIVe Bisschop van Utrecht)
1227 – 1233 Wilbrand van Oldenburg (XXXVe Bisschop van Utrecht)
1233 -  1249 Otto III van Holland
(is niet gewijd tot Bisschop)
1227  In mei wordt Ommen geplundert door Rudolf II, doordat hier ridders van de bisschop                     bivaceerden, die eventueel ingezet zouden kunnen worden in Groningen.

27-7-1227 Slag bij Ane

19-08-1228 Bisschop Wilbrand komt voor het eerst in Utrecht aan.
10-10-1228 Drenthe wordt op 5 plaatsen aangevallen te Nutspete (Otto van Horstmar)
                 te Bakkeveen (Friesen) , te Olderberkoop (Friesen) , te Coevorden (Twentse ridders)
30-08-1229 Rudolf II neemt het kasteel van Coevorden opnieuw in.
12-10-1229 Bisschop Willebrand trekt weer ten strijde tegen Rudolf II
25-07-1230 Rudolf II wordt geraadbraakt te Hardenberg.
19-10-1231 Slag bij Bakkeveen
30-10-1231 Bijeenkomst in Groningen, verslag van de slag bij Ane.
23-02-1232 Nieuwe overeenkomst met de Drenten.
1232           Overwinning van de Drenten bij Nutzpete (Groningen)
21-07-1233 Stichting van het klooster Marienberg te Zwartewatersklooster
                         Bisschop Willebrand is zelf niet (ziekte) bij de inwijding aanwezig geweest.
                               De kerkwijding is verricht door Herman (bisschop) te Leal of Dorpat
(Estland)
27-07-1233 Sterft Bisschop Willebrand.
1238           Sterft Egbert van Groningen.

Opmerkelijk zijn de volgende data:

27-7-1206 Slag bij Wassenberg, ook in een moerasgebied langs de Roer,

27-7-1214 Slag bij Bouvines, waar Bernhard van Horstmar keizer Otto IV te hulp schoot.

Op 18-3-1227 overleed Paus Honorius III (1216-1227) de opvolger van Paus Innocentius III.


Geraadpleegde literatuur:

- Quedam Narracio de Groninghe, de Thrente, de Covordia .. (publicatie 1977)
- Een cronike van den greven van Benthem (2e druk)
- Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1954 (De slag bij Ane, Dr. H.P. Schaap)
- Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1892 en 1893  (J. Hogeman)
- Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1978 (Toespraak 30-7-1977 door Mr. H. van Riel)
- De slag bij Ane 1227 (Dr. G. Overdiep   Peize 1977)
- Het Benediktinessenklooster Zwartewater bij Hasselt (C. Damen O.S.B. 1963)
- Recente archeologische bodemvondsten Overijssel (Mr. G.J. ter Kuile sr. 1949)
- Historie van Overijssel (W. Nagge - 1678)
- Slag bij Koeverden (Otto van der Lippe)
- Chronijcken der Stadt en Heerlickheyd Covorden (Annals Drenthia - Johan Picardt)
- Chronijck der Landschap Drenth (Johan Picardt 1660)
- Geschiedkundig schoolboek van Drenthe (
J.S. Magnin 1851)

- Herr Bernhard von Horstmar (Julius von Ficker 1853) (reproductie van dit werk is verschenen in 29-2-2012)
Meerdere registers uit Het Oorkondenboek van het sticht Utrecht (OBU)
- Chronographia van Johannis de Beke < 1346


publicaties


Overdiep

naslagwerken

Voorbeelden van de geraadpleegde literatuur.


Gedeelte van Narracio
Een pagina uit de "Narracio"


En dan zijn er de raadsels omtrent de bodemvondsten van de slag bij Ane.

Ds. Johan Picardt vertelt hierover in 1660 voor 't eerst.
"
uijt welke voor desen verscheydene reliquien van wapenen zijn uijtgegraven en onder andere een vergulde groote spoor."
Johan Picardt

bodemvondsten

Derde regel: "ijt welke voor desen ....."

Raadsel 1, waar is dit vergulde ridderspoor gebleven ?

In "RECENTE ARCHEOLOGISCHE BODEMVONDSTEN IN OVERIJJSSEL" door Mr. G.J. Ter Kuile Sr.
(VORG, Verslagen en mededeelingen 64 -1949) staat o.a. geschreven:

De Drenthsche archivaris J.S. Magnin schrijft in 1846: "men heeft er meermalen hoefijzers, sporen, gebrokene wapens enzoovoort gevonden".

Raadsel 2, zowel deze voorwerpen als die beschreven zijn door Ds. J Picardt zijn nergens te bewonderen.

In oktober 1948, alarmeeren plaatselijke couranten berichten:
"Er zit goud in de grond bij Gramsbergen".
Er wordt vermeld dat men een gouden ridderspoor op +/- 250 meter en op een diepte van 50 cm. ten Westen van de boerderij "de Kleine Scheer" aan de rechteroever van "de Coevordsche Vecht" heeft gevonden.
Naar later blijkt, is het een verroeste ijzeren ruiterspoor met een daaraan vastgeklonken een vier-spitsige prikkel van brons, ooit waarschijnlijk verguld geweest.
(Volgens geruchten, zou burgemeester J.H. de Goede deze ridderspoor voor 2 tabaksbonnen gekocht hebben van H. Croezen uit Holthone en daarna ten toon gesteld hebben in de oudheidkamer van het Gemeentehuis van Gramsbergen.
)
 Zo'n "guldenspoor" werd door de ridder uit die tijd gedragen aan den linkervoet. Volgens de heer W. Glasbergen, assistent van prof. van Giffen, is deze ridderspoor een unicum in ons land. Een dergelijk ridderspoor is een privilege die je bij het slaan tot ridder ontving.

Volgens een artikel in de Drentsche en Asser Courant van 12-11-1948, blijkt volgens Mr. G.J. ter Kuile de ridderspoor van ijzer te zijn en de 'spits' vermoedelijk van koper of brons.

Vondsten de Goede
    Vondsten Overbeek
     Vondsten volgens burgemeester de Goede                 Vondsten volgens Dr. G. Overdiep

Raadsels 3

     A  -  De pen bij de lanspunt A is hier aanwezig                  De pen ontbreekt bij de lanspunt 2
     B  -  De sierspelt B is hier aanwezig                                   Hier zijn slechts wat kledingspelden te zien  3
     C  -  Het hoefijzer (7 gaten) is hier totaal anders                Dit hoefijzer hoort niet echt bij deze verzameling 5

Op de afbeelding van Dr. G. Overdiep zien we:
1 een handvat van een zwaard
2 Een ijzeren schacht-Schoen (geen speerpunt).
3 Een speld of gesp.
4 een sterk verbogen stijgbeugel
5 vroeg middeleeuws hoefijzer (waar is het hoefijzer van de Goede gebleven ?)
6 een ridderspoor (de andere voorwerpen lagen op 15 m. afstand)
7 een bovenarm beschermer (gevonden door burgemeester de Goede)
8  een paardetand en een paardekies (vinder dhr. G. Passies)
9 plaat met omgeslagen uiteinde
Raadsel 4        Het onderarmbeen van een mens ontbreekt (zie beschrijving de Goede blz. 82 1950 NDVa)
                          Deze heeft vroeger gelegen in het Gemeentehuis te Gramsbergen.
                       



T.a.v. de mogelijke locatie van de veldslag moet men bedenken dat,

* Een leger ridders van minimaal 500 personen ( velen te paard) incl. het voetvolk en materieel, een hele grote eenheid is !
* Tijdens de tocht richting Coevorden moet dat op zo'n landweg (5 meter breed) een lange grote stoet geweest zijn. ( 2,5 km )
* Men heeft (tijdens de aanval) niet de tijd genomen om zich te groeperen enz. (onmogelijk op een landweg)
   Daarom "deden ze maar wat". En dit zou kunnen beteken dat men over een breed front de aanval heeft ingezet ( halve mijl ).
   Of heeft men de aanval, op de ochtend van 28 juli, ingezet vanaf een kampement ? (Niet logisch).
* Men had blijkbaar "oogcontact". De beide "legers" zagen elkaar en konden elkaar woordelijk verstaan.
   "Schoft, kom eens op als je durft".
* Rudolf wilde voorkomen, dat de Bisschop met zijn grote leger voor de poorten van Coevorden kwam te staan.
* Rudolf moest zich daarom zichtbaar en duidelijk opstellen voor het leger van de Bisschop en hem zien
    te verleiden tot het nemen van een bepaalde route !!
    Om die reden is o.a. de plaats bij de Kleine Scheer onlogisch. De plek is te klein er stonden teveel bomen. (geen open veld).
    en het leger zou te lang al onderweg zijn geweest vanauit Ane.
* Het is aannemelijk, dat het leger van de Bisschop vanuit Ane vertrokken is richting Coevorden, over een toen bekend zijnde
   bestaande zandweg. (zie het kaartje van Anne Post).
* Heeft men na Ane nog weer ergens de nacht doorgebracht ? Hoe groot was dan zo'n kampement (1 hectare ?)
* Het was hoog zomer, dus hoog opgroeiend gras en vooral riet.
   De bovenlaag was waarschijnlijk een droge veenkorst met daaronder een dikke laag stinkende modder.
   De waterstroompjes (onherkenbaar) waren met riet dicht gegroeid en droog, maar bestaand uit een slappe bodem.
* De exacte locatie van de vroege archeologische vondsten is in de vergetelheid geraakt (Picardt 1660).
   Later heeft men vooral gezocht naar riet-moeras. -Mommeriet- (Grolland).
   De Drentse archivaris J.S. Magnin schrijft in 1846 over "hoefijzers, sporen en gebroken wapens".
   En in 1948 wordt een vondst gemeld van een gouden ridderspoor.
   Tot halverwege de 20e eeuw heeft men nooit gericht gezocht naar de plaats van de veldslag, men vond op goed geluk zo
   hier en daar wat en men zocht vooral op plaatsen waar al eerder iets was gevonden. Voor de plaats als veldslag is hij
   echter ongeschikt, de plek is te klein en te ver van het kampement van Ane af.
* Tijdens de delving van het ijzeroer heeft men waarschijnlijk ook wel wat gevonden, maar dat werd niet geregistreerd.
* De ruilverkaveling heeft de omgeving onherstelbaar aangetast en zo zijn herkenningspunten vernietigd.
* En verder is het beruchte veen grotendeels afgegraven. Zelfs historische locaties zijn vernietigd (Bisschopskolk en
   oude dijken).
* Met metaaldetectoren is in de jaren 80, met de toen bekend zijnde informatie, gezocht naar voorwerpen.
* Niet echt professionele middelen werden soms gehanteerd, zoals wichelroedelopers en een paragnost.
* Er was toen nog geen internet, dus de toen beschikbare informatie was moeilijk toegankelijk en tijdrovend
   men vertelde elkaar (meestal de bekende zaken) wat men wist en zo kan makkelijk een zekere tunnelvisie ontstaan.
* Men zocht op de toen bekend zijnde plekken, waar vele jaren eerder iets gevonden was.
* Doch men realiseerde zich niet, dat de vondst van een schild of ruiterspoor, niet de juiste plek aan hoeft te geven. 
   De vluchtende manschappen werden immers over een grote afstand achtervolgd !
* Een archeologisch bureau RAAP heeft ooit eens een analyse gemaakt van de route van de bisschop en op grond van
   hoogtekaarten en historische kaarten een mogelijke locatie bepaald. Zie elders op deze site.
* Overstromingen van de Vecht, door het aanleggen van dijken om Coevorden onder water te zetten, hebben ook sporen uitgewist
   (De aanleg van de dijk door de Bisschop van Munster van Holthene via de Meene naar Holthone).
* Bij grondwerkzaamheden in Holthone (2012) zijn geen concrete aanwijzingen gevonden, dat de slag bij Ane zich tussen de N34
   de "Kleine Vecht" zich heeft afgespeeld. Het Waterschap "Velt en Vecht" is op het landgoed "De Groote Scheere"bezig geweest met
   werkzaamheden om de waterhuishouding te verbeteren. De locatie van een nieuw te graven meertje voor de waterberging was
   aangewezen als "archeologisch interessant". Volgens projectleider Iwan Brinkhuis zijn er tot nu toe geen sporen gevonden van de
   veldslag. Wel zijn er een hoefijzer en wat kleine kogeltjes gevonden. De herkomst zou onderzocht worden. Doch over het resultaat
   van dit onderzoek  is niets bekend.
* In die tijd zwierven er ook veel roedels wolfen door het landschap, die misschien wel lichamen hebben uitgegraven en versleept.


Ijzeroer
  In de jaren 1948 en 1949 werd er in het stroomdal van de Kleine Vecht ijzeroer gedolven.
 Het was bedoeld voor de export naar Engeland,waar het gebruikt werd voor
de zuivering van  zwavelhoudend gas.
De heer H. Croezen uit Holthone heeft begin oktober 1948 hier
 het beroemde "Gouden spoor" in het ijzeroer gevonden.
(Of heeft J.H. de Goede, volgens de zuiderburen, het spoor in Kortrijk gestolen ?
)
Overigens, kan men hier spreken van de zoveelste archeologische blunder van J.H. de Goede
burgemeester van Gramsbergen, Hardenberg en later van Hoogeveen,
nadat hij ook, door nalatig optreden, de "Bisschopskolk" (natuurreservaat) heeft laten dempen ?
Hoe schokkend is het dan te lezen in de "Nieuwe Drentsche Volksalmanak" van 1950
op blz.  81  het verhaal van deze burgemeester:
"Maar, wanneer ik bij de Bisschopskolk sta, terwijl de grutto's met raadselachtige roep het slagveld kruisen, waarachter
in nevelig verschiet Coevorden zichtbaar is -Drenthe- , dan ben ik mij als Overijssels burgemeester bewust de verantwoordelijke
bewaarder te zijn van een in't bijzonder ook voor de buurprovincie Drenthe belangrijk historisch slagveld".
Ja...ja... mooi niet dus !!
Zal er nog een verslag te vinden zijn in het archief van het Rijksinstituut voor Oudheidkunde ?
Tot ver in de jaren '60 verkeerde men in de veronderstelling, dat dit de plek was, waar de bisschop zou zijn afgeslacht.
Ten tijde van zijn burgermeesterschap in Hoogeveen, liet hij daar alle historische kanalen dempen en
liet er asfalt voor terugkomen.
(J.H. de Goede,  was Officier in de Orde van Oranje-Nassau).



speurtocht

Hier zijn, op zatderdag 26-8-1989, leden van de stichting Archeologie en Monument (SAM)
bezig met metaaldetectoren, aan de oever van "de Kleine Vecht".
Resultaat die middag, spijkers, prikkeldraad, ijzerfragmenten en veel roest.
Zijn de metaaldetectoren 25 jaar later niet beter van kwaliteit ?
En misschien toch eens zoeken op een andere locatie ?


Lijst van gesneuvelden
(Site van de gemeente Coevorden. Diverse namen worden daar dubbel genoemd en zijn onzuiver !
Zo behoort Baldewijn Graaf van Bentheim niet tot de gesneuvelden, hij overleed omstreeks 1247/48)






Er zijn drie personen die zich in de middeleeuwen
 hebben beziggehouden met de lijst van gesneuvelden.
Wilhelm Nagge,
 Antonius Matthaeus,
 Gerhardus Dumbar
 De namen op de lijst tussen die van Matthaeus
verschillen
heel weinig met die van Dumbar,
 ze komen uit dezelfde periode en kenden elkaar.
Dumbar
                                                                                      Gerhardus Dumbar (1680-1744)
                                                                                         Op de afbeelding 49 jaar.
                                                                                       Oudheidkundige geinteresseerde
                                                                                        stadssecretaris van Deventer.
                                                                                        Afbeelding Rijksmuseum.


DE LIJST VAN GESNEUVELDEN
(Men moet bedenken, dat velen alleen een voornaam
hadden en de toevoeging aangeeft vanwaar met komt).

(nr)

1

2



3


4
5
6
7
8
9/
10
11
12
13
14

15

16

17/
18
19
20/
21

22
23

24
25/
26

27

28
29
30
31/
32
33

34
35
36
37
38
39
40
41/
42
43

44
45
46
47
48
49

50


51
52
53/
54

55
56

57
58
59

60
61
62

63/
64
65
66
67/
68
69

70

71
72
73

74
75
76/77
78
79
80
81
/
82
83
84
85
86
87/88
89
90
91

92
93
94
95
96/

97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108/
109
110


111
112/
113

114
115

116
117

118
119/

120
121
122
123
124

125/
126
127
128


129
130
131
132
133

134
135

136
137

138
139

140
141
142
143
144

145
146
147


148
149
150
151

Algemeen                          

Dominus Otto de Lippia II 
Theodericus frater
     episcopi prepositus
      Daventriensis
Bernardus de Horstmaria             

Gerhart van der Lippe
Gerhart van Goor
Diderick van Cleve
Engelbert van Groningen
Egbert van Groningen
Heer van Arkel en neef
---------------------------
Hermannus de Voerst
Hermannus de Vorden
Swederus de Vlete
Reinaldus de Rees

Theodericus de
                    Tinghede
Symon de Telinge
Thidricus et filius eius                    de Buchorst
Andreas de Wulven
Arnoldus Lioph & zoon

Henricus de Intphaes
Theodricus de Nestvelt
Henricus de
                 Boetbergen
Bodkin & Willem
                           Tanke
Nicolaus van den
                          Toern
Fredericua
Otto
Rembolt
Werner & Lintbreit de
                   Aldenberge
Bernart de Dalfsen
Stephanus de Manre
Wicher de Heghene
Jordanus de Wye
Albon de Anete
Thiebolt de Thye
Wilhem de Alberge
Luibbikin de Dolre
Rabbodo & Wilhelm de
                      Kotene
Reinier de Lewen
Thedericus Splinter
Conradus de Steenwijc
Fredericus van Agelo
Rodolphus de Rathe
Eylart de Marcklo
Gerloch de Empe

Goswijn de Wanteuoerde

Thidrick de Hussete
Albert de Hare
Werner parvus, Johannes
                      de Hassele

Alphardus de Reckeke
Gerardus de A.
Gerardus Tacke
Wilhelm frater eius
Herman
Theodorus de Wrochten
Henricus de Hermele
Johannes de Alendorp
Thedericus de Wercunde

Everhart de Montfort
Gerardus sw Althene
Wicherus Kone, Dilius
                   frater eius
Walterus ultra Vechtam

Herman de Marlare
Ripertus Miles
Gerardus Cranck,
Hinricus filius eius
Gerardus Comes
Robertus de Alpbdoren
Egene et Lambertus duo
           fratres de Rijn
Godfridus de Wijc
Roderick de Geesteren
Herman de Doeneke,
Splinter de Lonresloet
Gerardus Palike
Gotzwijn de Dune
Henric Rust
Henrick ut der borch
Zweth et duo filij de
          Sulffwolde
Stephan de Elzen
Jacob Liopht
Franco de Huesne
Evert de Ulffte
Johannes de Nerhe
Stephanus de Roderloe
Albertus et Hinric de Dees

Liodulphus de Sulffwolde
Rutgherus de Ulzen
Gererdus de Hunne
Lotger de Ulbentote
Ulrijck de Enschede
Goswijn de Laghe
Rotgher de Eeze
Conradus Pincerna
Theodericus de Hernecote
Arnolt de Zallant
Johannes et Luitbertus
       fratres de Hattem
Goswijn de Ostenwolde

Wilkijn de Rine
Reinbun, Jacob duo
  cognati de Dorneke
Arnolt de Mekelenhorst
Genehart de Sutendorpe
Rodolphus de Steenholt
Adulphus de Rekelinchusen
Nicolaus Tactitus
Florens et Florijn de
                        Benthem
Hermen de Buerzeler
Conradus de Berentorp
Thomas de Hulsgore
Rembolt de Holten

Ludulff Caulde et filius suus
Wernerus de Beerse
Lambertus de Netelhorst
Hertgerus de Werslo
Amelrijck de Avensate
Hinricus de Vlederinge

Conradus Arnoldus et
 Ludolphus faber de
 Oetmersem
Conradus de Butelo
Junno de Dalfsen

Wigerus Bensinck
Ripertus de Solemunde
Rodolphus de Utphete
Riquinus de Hasselte
Theodricus de Capelle
Johannes Pancer
Ilias de Eldrijck
Nycolaus de Berchhusen
Engelbertus miles domini
her de Monte
Johannes de Paelwighe
Henricus de Lochem
Rutgherus de Doerneke

Liudulphus de Sulffwolde
Theodricus de Wijtsande
Filius Gerardi de Linge
Henricus Knoop de
   Mensbergis
volgens Nagge

-

Derck des Bischops

     broeder Proest to
     Deventer
Berent van Horstmar








------------------------
Harmen van Voorst
Harmen van Woerden
Sweer van Vlieten
Henrick van Reedze

Dirck van Tingede

Simon van Telingen
Dirck ende sijn soone
                   Buchorst
Andrees van Wullen
Avent Lyoph ende sijn
                          soone
Henrick Jutphaes
Dirck van Nestveld
Henrick van
                   Botbergen
Godeken ende Willem
                          Tange
Claes vanden Torene

Frederick
Otto
Reinolt
Werner en Lambert van
                    Oldenborg
Berent van Dalfsen
Steven van Maurick
Wijcher van Hegene
Jordan van Wijhe
Alber van Anede
Thibolt van Thije
Willem van Albergen
Lubbert van Dolre
Rabbe ende Willem van
                      Catene
Reiner die Leuwe
Steven de Splinter
Conraet van Steenwijck
Frederick van Anloe
Roelef van den Rathe
-
Gerlich ende Derck van
                        Empne
Gosen van Watervorde

Dirck van Huessene
Albert van Haren
Warner,Harmen ende
    Jan gebr. van Hasselt

Albert van Retbeke
Geert van der A.
Geert Tacke
-
-
Derck van Wrochten
Hendrick van Harmalen
Jan van Oldendorp
Willem ende Derck van
           Roert(mo)nde
Evert van Montfoort
Geert van Althena
Wijchart Coene, Delis
             sijn broeder
Wolter over de Vechte

Harmen van Malre
Rubert, Ridder
Geert Crancke ende
Henrick sijn soone
Geert Greve
Rubert van Apeldoren
Eggert Donne, Geert
ende Lambert v.d. Rhijn
Goedert van Wijck
Roerick van Geesteren
Harmen ende Splinter
  van Lonerslot
Geert Daleke
Goossen van Dune
Hendrick Ruest
Hendrick uit der Borg
Suete mit twee soons
       van Sulfwolde
Steven van Elsen
Jacob Lyoph
Franscke van Heussen
Evert van Ulft
Jan van Nede
Groosen van Roderlo
Albert ende Henrick
                 van Dieze
Lulol van Sulfwolde
Rutger van Ulsen
Geert van Hune
Ludger van Ullenkote
Ulrich van Enschede
Goossen van Laghe
Rutger van der Eze
Conraet Schenke
Dirck van Bernekote
Arent van Zalland
Jan ende Lubbert van
                 Hattum
Goossen van
                 Oostewolde
Willem vanden Rhijne
Reinolt ende Jacob van
             Doornick
Arent van Mekelenhorst
Evert van Sutendorp
Roelof van Steenholt
Alef van Reckelinchusen

Stille Claes
Florens ende Florijn
                  van Benthem
Harmen Boetzelaer
Conraet van Berentrop
Thomas van Hulschar
Reinolt van Holten

Alef Colde, ende sijn
                  soone
Warner van Beerze
Lambert van Netelhorst
Hartger van Weerselo
Almerick van Avesate
Hendrick van Vlederinge
Conraet Arent ende
Ludeken van Ootmarssen
Conraet van Butele
Seino van Dalfsen

Wijchard Bensinck
Ritbert van Ijsselmuiden
Rolef van Uphente
Rijckwijn van Hasselt
Dirck van Keppel
Jan Paus
Elias van Elderick
Cleas van Berckhusen
Engelbert Ridder des
 Heren van den Berghe
Jan van Palleweghe
Hendrick van Louhum
Rutger van Doorn

Lendelof van Zulfwolde
Dirck van Witzade
Geert van Lingen
Hedrick Cnoop van
   Demersbach
volgens Matthaeus

-
-



Henrick van Horstmar
(die allervermaertste van       Duytschlant)






-------------------------
Harman van Voerst
Herman van Voerden
Sweder van Vlete
Reynolt al. Henric van        Redze
Dirck van Tingede

Simon van Telinge
Derck ende sijn sone
               van Buckhorst
Andries van Wullen
Aernt Loef en sijn sone  
                       
Hendrick van Iutphaes
Derck van Nestvelt
Henrick van
                 Bothbergen
Godeken ende Willem
                         Tanghe
Claes van den Torne

Frederick
Otto
Reynolt
Werner en Lambert van
                      ldenburgh
Bernt van Dalfsen
Steven van Maurick
Wichert van Hagene
Iordan van Wye
Alben van Arade
Thybolt van Thye
Willem van Albergen
Lubbert Dolre
Rabbe ebde Willen van
                         Kotene
Reyner die Leuwe
Stepen de Splinter
Coenraet van Steenwick
Frederic van Anloe
Rolof van den Rathe
-
Gerlach ende Derck van
                            Empre
Gosen van Watervorde

Derck van Huessene
Albert van heren
Werner, Herman, Iohan
           gebr. van Hasselt

Albert van Reckeke
Gert van der A.
Gert Tacke
-
-
Derck van Wrechten
Henric van Harmelen
Ian van Oldendorp
Willem ende Derck van
               Vorcunde
Evert van Montforde
Gert van Althena
VVichart Koene, Delys
              sijn broeder
VVolter over de Vechte

Herman van Malre
Robert Ridder
Geert Crancke en
Hendrick sijn sone
Gert Greve
Robert van Alpendorn
Egger Denne, Gert ende
        Lambert v.d. Ryne
Godert van VVyck
Roeric van Geesteren
Herman ende Splinter
   van Loenresloot
Gert Falcke
Gosen van Duene
Henric Avest
Henric uter Borgh
Suete met twee sohns
       van Subswolde
Stephen van Elsen
Iacob Lyoph
Francke van Huessen
Evert van Ulste
Ian van Nede
Gosen van Roderlo
Albert en Henrick van
                     Dieze
Lulol van Salswolde
Rutger van Ulsen
Gert van Hune
Ludger van Ulbenkote
Ulrich van Enschede
Gosen van Lage
Rutger van der Eze
Conraet Schenck
Dirck van Bernecote
Arnt van Zallant
Ian ende Lubbert van
            Hattem
Gosen van Oostwolde

VVillen van den Ryne
Remmelt ende Iacob
    neven van Doerneke
Arnt van Meckelenhorst
Evert van Suetendorp
Rolof van Steenholt
Alof van Reckelinchuess

Stelle Claess
Florenss ende Floryn van
                    Benthem
Herman Boetselaer
Coenraet van Berentrop
Thomas van Hulscher
Remmelt al. Reynolt
                van Holten
Alof Lolde ende sijn sone

VVerner van Beerse
Lambert van Nettelhorst
Hertger van VVeersele
Almerick von Avensate
Henrick van ledringe

Conraet, Arent, Ludecker
  van Otmarsum

Coenraet van Bentele
Luno al. Seino van
  Dalfsen
VVicher Bensinck
Ritbert van Isselmuiden
Rolof van Ulphente
Ryewyn van Hasselt
Derck von Keppele
Ian Paus
Elias van Eldrick
Claes van Berkhuisen
Engelbert Ridder des
  Hern van den Berghe
Ian van Paltwege
Henric van Hechum
Rutger van Doorn

Lyndeloff van Salswolde
Derck van VVitrade
Gert van Linge
Henrick Knop van
      Demessbergh

volgens Dumbar

-
-


-









-----------------------
Herm. Voorst
Herm. Woerdanus
Suederus Vliedt
Rein a Reese

-

Sim. Telinge
Theodoricus ejusgue
         filius Buckhorstii
Andr. Wullen
Arn. Loef

Henr. Jutfaes
Dider Nestvelt
Henric. Boetbergen

Godeken & Wilhelm 
                          Lange
Claes van den Toern

Frederic
Otho
Rembolt
Warner, Limbrecht ab
                    Oldenburg
Bern. Dalfsen
Stephanus Mandre
Wicher ab Hegene
Jordaen Wye
Albon ab Ane
Thibolt Tye
Wilh. ab Albergen
Lubbeken Dolre
Rabbe & Wilhelmus
                       Kotene
Reynerus de Leeuwe
Stephanus Splinter
Corn. de Steenwyck
Fredericus ab Anloo
Rud. de Rode
-
Gerlacus & Theod.                           de Empne
Goswinis de
                 Wantevorde
Theod. de Huessen
Albertus ab Haven
Warnerus,Hermanus & Johannes Fratres de         
                   Hasselt
Gerh. ab A.
Gerh. Tacke
-
-
Theod. Vorchten
Henr. ab Hermel
Johannes ab Oldendorp
-

Everh. Montforde
Gerh. ab Althena
Wichard Kone &
          frater ejus
Wolterus over de
              Vechte
Hermannus Malre
Robertus Ridder
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Stephanus de Roederloe
Albertus & Henricus
                     ab Eze
-
-
-
-
Ulricus ab Enschede
Goswinus de Lage
Rutgerus ab Eze
-
-
-
-
-
Goswinus ab
                 Oesterwolde
-
Wererembolt &
   Jacobus de Doorninck
-
-
-
-

-
-
-
Hermannus Boetselaer
-
Thomas Hulscher
-

-

Warnerus Beerse
Lambertus Nettelhorst
Hartgerus Weerselo
Almaricus de Avesate
Henr. de Vledering
-
-


Corn. de Boetele
Juno de Dalfshem

-
Rytbertus de Isselmude
-
Ryewynus de Hasselt
Didericus de Keppel
-
-
-
-
-
-
-
Rutgerus van den
                     Doerne
-
-
-
-



De ballade van Roel Reijntjes mag op deze site zeker niet ontbreken.

"De slag bij Ane in 1227"

As de zunne begunde te schienen
op de morgen van die dag
in de sponzige Mommeriete
doar leverde Drenthe slag

Bi'j Aone staot de soldoaten
De bisschop zien leger is groot;
wi'j hebt de haerdstee verlaoten,
want oenze volk is in nood

En de Bisschop die wil us als slaov'n,
Heer Hartog wil us als knecht
Oh zie daor peerdevolk drav'n
moar an oenze kaant stiet het recht.

En het giet ons om os eig'n
.............

Dat volk zo groot met de sporen
..............

Heer Rudolf met kolven't veste
............

Zie laot nou haor horens klinken
............

Het moeras gift de ridders hun dele
............

De Bisschop leut daor het lev'n
bij Aone en zo mene da'bij
Wert ook us boer'n bleud gev'n
Maor ons lanschap must vrij

Met haanden, verkraampt van het vechten,
De Mommeriete kleurde zo rood
bevochten wij oeze rechten,
want vrijheid is meer as de dood.

En as de zunne begunde te doven
op de aovend van de dag,
dan kunden wi'j Gode loven,
want Drenthe, dat wun de slag.
                                                                              =/=/=/=/=/=                         


(Links) Sites, die gaan over de "slag bij Ane"                 (allemaal werkend op 05-11-2018)

http://issuu.com/provicieoverijssel/docs/atlas_van_de_vecht_lr/129    Atlas van de Vecht
http://www.slagbijane.nl/ De vereniging Herdenking Slag bij Ane
http://www.dorpshistorie.nl/DeslagbijAne.pdf   Een site van Anne Post (Over mogelijke locaties).
http://hberg.nl/slagbijane/     Een site van R. Gritter (Verslagen over de herdenkingen e.d.)
https://www.tinnenfigurenmuseum.nl/collectie/    Nationaal Tinnen Figuren Museum met 4 diorama's (2005)
http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/joomla/index.php/oorlogvoering/oorlogen/190-slag-aan-de-ane-1227.html

https://geschiedeniscoevorden.nl/coevorden/jaartallen-en-gebeurtenissen/de-middeleeuwen/de-slag-bij-ane-28-juli-1227    Site van de Gemeente Coevorden
http://nds-nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bi'j_Aone     Wikipedie (streektaal)
http://www.nazatendevries.nl/Artikelen%20en%20Colums/Slag%20bij%20Ane/Slag%20bij%20Ane.html
                                                                                                      Site van Harm Hillinga
http://www.facebook.com/pages/De-slag-bij-Ane-1227/236578349797326      Facebook pagina
http://oud-schoonebeek.nl/index.php/drenthe/11-coevorden/175-de-slag-bij-ane Artikel van drs. W. Visscher
http://www.alyenhenk.nl/index.php/nl/stamboom/geschiedenis.html   familie Gerrits, pag. "geschiedenis" op hun site
http://roel.pvredeveld.net/Ane/  Een werkstuk voor school van Roel Vredeveld (2005)
http://www.zinnfigurenfreunde-leipzig.de/pic/dio/g2-6.htm
Die Schlacht bei Ane 1227 im Museum Ommen
https://www.youtube.com/watch?v=rM2Rq3VN6gg Reportage van RTV Oost (17-1-2013) (zacht geluid)
https://www.mijnstadmijndorp.nl/search?search=slag%20bij%20Ane&f[0]=contains_images%3Ayes Historische foto's !
http://www.altreformiert.de/beuker/laar/jahrbHV1962127.pdf   Ein Freiheitskampf (von George Kip)
http://www.wikiwand.com/nds-nl/Slag_bi'j_Aone#/Verkiezing_van_een_ni.27je_bisschop  Slag bi'j Aone
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/107887/Slag-bij-Ane-van-1227-moet-in-breder-perspectief-onderzocht-worden (klik op het speaker icoontje)
http://ruudbreteler.com/stamboom/stamboom-sub-1/stamboom-sub-2/stamboom-sub-3/stamboom-sub-4/stamboom-sub-5/   Zwartewatersklooster (Ruud Breteler)
http://www.dutchbuttonworks.com/2011/07/zwaargewicht-in-de-strijd/ Een harnas hindert !
https://www.entoen.nu/nl/overijssel/overijssel/slag-bij-ane Canon van Nederland
http://tenklooster.nl/nieuws/88-groen-licht-voor-archeologisch-onderzoek-op-t-olde-karkhof  Site van fam.ten Klooster
Zie ook deze site over het archeologisch onderzoek: http://familietenklooster.eu/2017/09/11/464/
                                                                                                                        
Updates:
12-7-2013 (Paul C.M. Rademaker) - aanvullingen en correcties.

29-7-2013 Diverse aanvullingen, verkregen na de herdenking van 27-7-2013, van o.a. dhr. Herman Slatman. (4-10-1934/18-6-2017)
20-4-2014 Extra locatie, prominenten, krantenartikelen plus extra tekst.
25-4-2014 Extra info, na het in het bezit krijgen van het boekwerkje van Dr. G. Overdiep.(1919-1998)
02-8-2014 Info over de plaats van de  Slag bij Ane.
11-11-2014 Melding nieuwe locatie nabij Coevorden op 28-7-1990 (SAM - Be Hoeksema).
11-11-2014 Comite "Ien Nedersaksen" actief sinds 1961.
08-01-2015 De banvloek en de uitrusting van een ridder.
30-03-2015 Gegevens over Bernhard von Horstmar, wapentuig en rivieraken, update v.d. (links) sites.
26-08-2015 Nieuwe (Duitse) link toegevoegd, + info Hendrik van Borculo.
08-12-2015 Video link toegevoegd van RTV-Oost ( 22-11-2000) plus diverse aanvullingen (Johannes de Beke e.d.).
19-12-2015 Aanvulling (H.Croezen uit Holthone) vondsten van de slag bij Ane.
20-12-2015 Raadsels omtrent verdwenen vondsten.
22-12-2015 Kaartje mogelijke locaties van het slagveld.
04-01-2016 Gegevens uit het "Oorkondenboek van het sticht Utrecht" (OBU).
25-07-2016 Iets over het artikel van J.R. Beuker.
04-08-2016 Foto's Nationaal Tin-museum Ommen
28-01-2017 Toevoeging interview met Hoogleraar Theo Spek "Slag bij Ane opnieuw onderzoeken in een breder historisch kader."
15-01-2018 Diverse aanvullingen en correcties. Extra links toegevoegd.
05-11-2018 Aanpassingen diverse links (o.a. v.d. gemeente Coevorden en R. Gritter)
05-12-2018 Kampen krijgt stadsrechten ? (ivm. hulp aan de bisschop van Utrecht)  "De kroniek van Vloet". (5 maart 1228).

  
                 
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed.
De gegevens zijn afkomstig van openbaar toegankelijke bronnen,
(publicaties, archieven en internet).
Desondanks kunnen er best fouten in voorkomen.
Constateert u fouten en/of hebt u vragen, correcties, aanvullingen ...
of wilt u foto's van de site gebruiken (c)
geef dit dan a.u.b. even aan mij door via het onderstaand E-mail adres.
Mijn motto in deze is: "2 weten meer dan 1"

Copyright 2013-2018 All Right Reserved.
T.R.P. van Grijfland
Zwolle / Albufeira
p.van.grijfland-at-gmail-dot-com